ECLI:NL:PHR:2016:1069
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over ontvankelijkheid hoger beroep tegen beschikking rechter-commissaris
In deze zaak stond centraal of hoger beroep mogelijk is tegen een beschikking van de rechter-commissaris die een verzoek tot het opmaken van een staat van verdeling afwees. ING Bank had een pandrecht op de bollenkraam van New Tulip Holding B.V. (NTH) en hield een creditsaldo van €41.822,40 vast na executie. Verweerders, die ook pandrechten hadden, verzochten een rechter-commissaris te benoemen voor de verdeling van de opbrengst. De rechter-commissaris wees dit verzoek af omdat ING aannemelijk had gemaakt dat het surplus was opgesoupeerd.
Verweerders gingen in hoger beroep bij het hof Amsterdam, dat hun hoger beroep ontvankelijk verklaarde en de beschikking vernietigde. ING stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 490d Rv hoger beroep tegen beschikkingen van de rechter-commissaris uitsluit en dat cassatieberoep het juiste rechtsmiddel is. Het hof had verweerders niet-ontvankelijk moeten verklaren in hoger beroep. Omdat er geen sprake was van een verschoonbare fout, kon analoge toepassing van artikel 340 Rv Pro niet plaatsvinden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verklaarde het incidentele verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de beschikking van het hof ongegrond. De beschikking van de rechter-commissaris bleef daarmee in stand en daartegen stond geen rechtsmiddel meer open.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart het hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris niet ontvankelijk.