Conclusie
1.ACI Adam B.V.,
Alpha International B.V.,
AVC Nederland B.V.,
B.A.S. Computers & Componenten B.V.,
Despec B.V.,
Dexxon Data Media and Storage B.V.,
Imation Europe B.V.,
Maxell Benelux B.V.,
Verbatim GmbH,
1.Stichting De Thuiskopie,
Stichting Onderhandelingen Thuiskopie Vergoeding,
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
punten 28-41is de privékopie-exceptie uit art. 5 lid 2 Arl Pro niet van toepassing op kopieën voor privégebruik uit illegale bron, waarmee
prejudiciële vraag 1wordt beantwoord: art. 5 lid 2 onder Pro b Arl moet niet zo worden uitgelegd, dat de daar bedoelde beperking van het auteursrecht geldt voor aan de in dat artikel vermelde eisen beantwoordende reproducties, ongeacht of de exemplaren van het werk waaraan die reproducties zijn ontleend, rechtmatig ter beschikking zijn gekomen van de betrokken natuurlijke persoon; de juiste uitleg is dat die beperking slechts geldt voor reproducties die zijn ontleend aan exemplaren die zonder auteursrechtinbreuk aan de betrokken natuurlijke persoon ter beschikking zijn gekomen. Deze overwegingen luiden aldus:
tweede alinea van prejudiciële vraag 2.bvindt beantwoording in
punten 42-46.Voor de beoordeling van richtlijnconformiteit van art. 16c Aw is de beschikbaarheid van technische voorzieningen bedoeld in art. 6 Arl Pro, waarnaar wordt verwezen in art. 5 lid 2 onder Pro b Arl, niet relevant. Dus voor beantwoording van prejudiciële vraag 2.b eerste alinea (zie hierna) is niet van belang dat technische voorzieningen om ongeoorloofde privékopieën te verhinderen (nog) niet beschikbaar zijn. Het Hof:
punten 47-57. Een nationale regeling waarin voor de berekening van de privékopieheffing niet wordt onderscheiden tussen kopieën uit legale en illegale bron is niet richtlijnconform; die heffing mag niet mede worden berekend op grond van de schade veroorzaakt door kopieën uit illegale bron. Dus een nationale regeling die ertoe strekt dat voor reproducties door een natuurlijk persoon voor privégebruik zonder commercieel oogmerk een billijke vergoeding is verschuldigd ongeacht of die reproducties volgens art. 5 lid 2 Arl Pro geoorloofd zijn, is strijdig met de richtlijn:
fair compensationheeft opgelegd aan producenten en importeurs van dragers die geëigend en bestemd zijn voor de reproductie van werken, en heeft bepaald dat die
fair compensationdient te worden afgedragen aan een door die lidstaat aangewezen organisatie die met de heffing en verdeling van de
fair compensationis belast – door betalingsplichtigen wordt gevorderd dat de rechter ten aanzien van bepaalde in geschil zijnde omstandigheden die van belang zijn voor de vaststelling van de
fair compensation, verklaringen voor recht geeft ten laste van de bedoelde organisatie, die zich daartegen verweert?”
prejudiciële vraag 3in de
punten 59-65:
3.Verdere bespreking van het cassatiemiddel
4.Proceskostenveroordeling
Informatiebeheergroep/Groenhart [23] volgt dat deze regeling geen vrijheid geeft om met betrekking tot de kostenveroordeling in lagere instanties van de gewone regels af te wijken. Compassie met de verliezende partij lijkt de drijfveer te zijn voor toepassing van art. 419 lid 4 Rv Pro [24] . Onze zaak geeft daar naar ik meen geen aanleiding toe. Thuiskopie heeft het incidentele cassatieberoep pas ingetrokken nadat uit het prejudiciële arrest bleek dat dit beroep geen kans van slagen had en er geen steekhoudend verweer mogelijk was tegen het principale beroep. Dan komt kostencompensatie niet aan de orde. Tot aan het Luxemburgse arrest heeft Thuiskopie verweer gevoerd en ACI c.s. hadden ook al gerespondeerd op het incidentele cassatieberoep [25] van Thuiskopie. Zodoende dient Thuiskopie als verliezende partij te worden veroordeeld in de kosten van zowel het principale beroep (dat slaagt) als het incidentele cassatieberoep (dat faalt).