ECLI:NL:PHR:2016:1152

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2016
Publicatiedatum
22 november 2016
Zaaknummer
15/00780
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens falende bewijsklacht medeplegen

Het cassatieberoep betreft een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 6 oktober 2014, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen. De advocaat van verdachte stelde tijdig een middel van cassatie voor. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering. Dit omdat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep en het middel niet tot cassatie kan leiden.

De conclusie is gegeven tijdens de zitting van 4 oktober 2016. Er is tevens samenhang met andere zaken waarin soortgelijke conclusies zijn getrokken. De Hoge Raad volgt hiermee de lijn dat een falende bewijsklacht in een medeplegenzaak niet toereikend is voor ontvankelijkheid in cassatie.

De uitspraak bevestigt het belang van een voldoende belang en een kans van slagen in cassatieprocedures en sluit daarmee de mogelijkheid uit om zonder gegronde redenen cassatieberoep in te stellen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en falende bewijsklacht.

Conclusie

Nr. 15/00780
Zitting: 4 oktober 2016
Mr. E.J. Hofstee
Standpunt/conclusie inzake:
[verdachte]
Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 6 oktober 2014.
Tegen deze uitspraak is namens de verdachte cassatieberoep ingesteld.
Mr. M.T. de Vaal, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft tijdig een middel van cassatie namens de verdachte voorgesteld.
Er bestaat samenhang met de zaken 14/05232P, 14/05238 en 15/00784P. Ook in deze zaken zal ik vandaag concluderen.
Mijn standpunt luidt dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO, nu de verdachte hierbij klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft en/of het middel klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG