ECLI:NL:PHR:2016:1203
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens bewijsklachten in zaak voorbereiden drugsmisdrijf
De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor het voorbereiden en bevorderen van een drugsmisdrijf, namelijk het buiten Nederland brengen en verwerken van ruim 32 kilogram heroïne. Het hof stelde vast dat verdachte een vacuümapparaat bezat dat bestemd was voor het verpakken van heroïne en dat hij telefonische contacten en afspraken had gemaakt met betrokkenen bij de levering en het vervoer van de drugs.
Tegen dit arrest stelde de verdachte twee middelen van cassatie voor, gericht op de bewijsvoering omtrent de bestemming van het vacuümapparaat en de wetenschap van verdachte omtrent het gebruik daarvan. De Hoge Raad overwoog dat uit de bewijsvoering van het hof zonder meer volgt dat verdachte wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat het apparaat en de contacten bestemd waren voor het plegen van het drugsmisdrijf.
De Hoge Raad concludeerde dat de middelen evident falen en dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering. Daarmee blijft het arrest van het hof Amsterdam in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.