ECLI:NL:PHR:2016:1211

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2016
Publicatiedatum
6 december 2016
Zaaknummer
16/00672
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. IV lid 3 Procesreglement Strafkamer HR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid onderzoek wegens ontbreken pleitnotities in jeugdzaak

De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor bedreiging met zware mishandeling en het plegen van geweld in vereniging. Tijdens het hoger beroep op 8 september 2015 voerde de raadsvrouw van de verdachte haar verdediging aan de hand van pleitnotities die echter niet meer beschikbaar zijn in de processtukken bij de Hoge Raad.

Naar aanleiding van een verzoek op grond van het Procesreglement Strafkamer heeft het hof nadere informatie verstrekt waaruit blijkt dat de pleitnotities onherstelbaar zijn verloren gegaan. Dit verzuim maakt het onderzoek zozeer onbehoorlijk dat het leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak.

De Hoge Raad acht het middel gegrond en vernietigt de bestreden uitspraak. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep op basis van de bestaande stukken, waarbij het ontbreken van de pleitnotities is hersteld.

Uitkomst: Het onderzoek en de uitspraak worden nietig verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 16/00672 J
Zitting: 25 oktober 2016
Mr. G. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 22 september 2015 door het gerechtshof Amsterdam wegens 1 "bedreiging met zware mishandeling" en 2 "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen", veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsdiair 20 dagen jeugddetentie en jeugddetentie van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met een bijzondere voorwaarde zoals in het arrest omschreven.
Namens de verdachte heeft mr. W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelklaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
8 september 2015 nietig is, aangezien de door de raadsvrouw bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2015 is aldaar door de raadsvrouw van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van haar pleitnotities die door haar aan het hof zijn overgelegd.
De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 15 april 2016 tijdig aan de rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Desgevraagd heeft de griffier van het hof bij brief van 22 april 2016 de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities in het ongerede zijn geraakt en niet meer kunnen worden aangeleverd.
Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting meer verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht dan waarvan uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG