AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ontbinding koopovereenkomst en schadevergoeding wegens tekortkoming in WABO-procedure bij bouw twee woningen
Eisers en verweerders sloten een koopovereenkomst voor een perceel grond waarop twee woningen gebouwd zouden worden. Eisers vorderden ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding wegens tekortkomingen van verweerders bij het aanvragen van de benodigde omgevingsvergunning via een uitgebreide WABO-procedure.
De rechtbank wees de vorderingen af, het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof stelde vast dat partijen niets hadden afgesproken over de kostenverdeling van de WABO-procedure, maar dat redelijkheid en billijkheid meebrengen dat deze kosten naar rato worden gedragen. Eisers hadden geweigerd mee te betalen en waren daardoor in schuldeisersverzuim, waardoor verweerders niet in verzuim konden raken.
Het hof oordeelde ook dat het beroep van verweerders op dwaling met betrekking tot een gewijzigde perceelsgrensvariant (de 27 maart-variant) gegrond was, waardoor eisers geen recht hadden op ontbinding wegens die reden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eisers en bevestigde het oordeel dat verweerders niet tekortgeschoten waren en dat de vorderingen terecht waren afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat eisers tekortschoten in medebetaling WABO-kosten en dat de overeenkomst niet ontbonden wordt.
Voetnoten
1.Zie het arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 juli 2015, rov. 2.1 t/m 2.13. Het hof duidt partijen aan als [eiser] m/ev en [verweerder] m/ev.
2.Voor zover thans van belang. Zie voor het procesverloop in eerste aanleg de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 19 juni 2013 en van 23 juli 2014, rov. 1. Zie voor het procesverloop in hoger beroep het arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 juli 2015, p. 1.
3.Zoals vastgesteld door de rechtbank Rotterdam in rov. 4.5 van het vonnis van 23 juli 2014.
4.Zie rov. 2.12 van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 juli 2014.
5.Zie rov. 3 van het bestreden arrest en de rov. 3.1 en 4.1 van het vonnis van de rechtbank van 23 juli 2014.
6.Opgenomen als prod. 15 en 16 in het procesdossier.
7.De cassatiedagvaarding is uitgebracht op 21 oktober 2015.
8.Zie p. 8 t/m 19 van de inleidende dagvaarding.
9.Zie nr. 23 van de inleidende dagvaarding.
10.Zie p.9 van de inleidende dagvaarding, opgenomen onder tab 1 van het procesdossier.
11.Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012/288-297.
12.Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012/291.
13.Zie p. 2, vierde gedachtestreepje van het proces-verbaal van 4 juni 2015, opgenomen als prod. 17 in het procesdossier.
14.Zie Asser Procesrecht/Korthals Altes & Groen 7 2015/188.
15.Zie rov. 14 van het bestreden arrest en rov. 4.2 van het vonnis van 23 juli 2014.
16.Zie p. 23 en 24 van de conclusie van antwoord.
17.Zie ook de voorlaatste volzin van rov. 16 van het bestreden arrest.