ECLI:NL:PHR:2016:1280
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. Verdachte stelde beroep in cassatie in, maar diende geen schriftuur met middelen van cassatie in binnen de wettelijke termijn. De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig betekend aan het GBA-adres van verdachte en zijn raadsvrouwe.
De Procureur-Generaal concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep wegens het niet in acht nemen van art. 437, tweede lid, Sv. De mededeling van betekening aan de advocaten en de griffier vond plaats conform de wettelijke voorschriften. Een kantoorgenoot van de raadsman gaf aan dat geen middelen zullen worden ingediend.
Hierdoor kan de Hoge Raad het cassatieberoep niet ontvankelijk verklaren en wordt het beroep van verdachte niet inhoudelijk behandeld. De strafrechtelijke veroordeling door het hof blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.