ECLI:NL:PHR:2016:1317

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2016
Publicatiedatum
10 januari 2017
Zaaknummer
16/00116
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27(a) SrArt. 232 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring poging tot oplichting met valse creditcard

Op 9 augustus 2013 werd verdachte aangehouden op Schiphol omdat hij vermoedelijk met valse creditcards Rolex-horloges wilde kopen bij de winkel Gassan. Bij verdachte werden meerdere valse creditcards aangetroffen, waaronder een nagebootste Visa-kaart met het nummer [0001].

Verdachte ontkende tijdens de rechtbankzitting dat hij de valse creditcard daadwerkelijk had overhandigd, maar gaf aan dat hij de kaart alleen had getoond en dat hij horloges wilde bekijken. Het hof veroordeelde verdachte tot zes maanden gevangenisstraf wegens poging tot oplichting en het bezit van een valse betaalpas.

De advocaat van verdachte stelde cassatie in met het middel dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid. De Hoge Raad oordeelde dat de bewijsconstructie van het hof met betrekking tot de poging tot oplichting onvoldoende was gemotiveerd en dat niet was aangetoond dat verdachte een begin van uitvoering had gemaakt.

De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat betrekking had op de poging tot oplichting en de strafoplegging, en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling. Het deel van de uitspraak over het bezit van de valse betaalpas bleef in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewezenverklaring van poging tot oplichting en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 16/00116
Zitting: 29 november 2016 (bij vervroeging)
mr. P.C. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 24 juni 2015 door het hof Amsterdam wegens onder 1 “poging tot oplichting” en onder 2 “opzettelijk een valse pas als bedoeld in artikel 232, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet dat de pas bestemd is voor gebruik als ware deze echt en onvervalst”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden met aftrek van voorarrest zoals bedoeld in art. 27(a) Sr. Tevens heeft het hof de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van 76 (zesenzeventig) dagen gelast zoals bij vonnis van de meervoudige kamer te Amsterdam van 8 november 2012 aan verdachte is opgelegd.
Namens de verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld. Het
middelklaagt dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsmiddelen kan volgen.
Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:
“feit 1:
hij op 9 augustus 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en een listige kunstgreep een medewerker van Gassan Schiphol te bewegen tot de afgifte van horloges van het merk Rolex, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk ter betaling een valse creditcard met nummer [0001] heeft aangeboden aan de medewerker van Gassan terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid:
feit 2:
hij op 9 augustus 2013 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk een valse betaalpas, te weten een Visacard met daarop vermeld nummer [0001] en de naam [verdachte] en Capital One, bestemd voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, voorhanden heeft gehad, zulks terwijl hij, verdachte, wist dat die pas bestemd was voor gebruik als ware deze echt en onvervalst.”
4. Het hof heeft in een aanvulling verkort arrest onder het kopje ‘bewijsmiddelen’ ten aanzien van de bewezenverklaring het volgende overwogen:
“Het hof neemt ten aanzien van de feiten 1 en 2 over de bewijsmiddelen in het vonnis van 21 november 2013 zoals deze zijn weergegeven onder '3.3 Redengevende feiten en omstandigheden' en opgenomen in de alinea die begint met:
"Op vrijdag 9 augustus 2013..." tot aan de zin die begint met "Uit nader onderzoek.." en uit de alinea die begint met de woorden:
"Verdachte heeft ter..." de navolgende zin: “Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 9 augustus 2013 op Schiphol in de winkel Gassan is geweest.”, alsmede de zinssnede: "Hij (hof: de verdachte) verklaart tevens dat hij de creditcard met nummer [0001] al twee jaar in zijn bezit heeft " en in de voetnoten 2, 3 doch alleen voor zover daarin is opgenomen de kennisgeving van inbeslagneming, 4, 5, 6 en 8 die tezamen opleveren de redengevende feiten en omstandigheden, op grond waarvan het hof bewezen acht en de overtuiging heeft verkregen, dat de verdachte het onder 1 en 2 bewezen verklaarde heeft begaan.”
5. Ingevolge deze aanvulling op het verkorte arrest van het hof, houdt de bewijsoverweging van het hof – zonder verwijzing naar voetnoten – nu het volgende in:
Op vrijdag 9 augustus 2013 wordt verdachte aangehouden op Schiphol naar aanleiding van de melding dat verdachte vermoedelijk met valse creditcards horloges van het merk Rolex wilde kopen in de winkel Gassan, gevestigd in de Terminal 2 Lounge airside, op Schiphol. Bij verdachte worden meerdere creditcards aan getroffen, waaronder een creditcard met het nummer [0001]. Het betreft een Visa creditcard met het opschrift “Capital One” en de naam “[verdachte]”. Voornoemde kaart betreft een nabootsing van een echte creditcard, want de kaart is geheel uitgevoerd in printtechniek terwijl een origineel exemplaar wordt uitgevoerd in druktechniek en voorts bevat de kaart een nagebootst hologram.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 9 augustus 2013 op Schiphol in de winkel Gassan is geweest. Hij verklaart tevens dat hij de creditcard met nummer [0001] al twee jaar in zijn bezit heeft.
6. Tijdens de zitting van 21 november 2013 van de rechtbank Noord-Holland heeft verdachte blijkens het proces-verbaal verklaard dat hij aan de winkelmedewerkster geen creditcard heeft overhandigd, maar haar alleen de kaart heeft getoond. Hij zegt dat hij de winkel is binnengelopen en gevraagd heeft of hij horloges kon bekijken. Hij vroeg of er buitenlandse kaarten werden geaccepteerd en toonde de Aquakaart. Vervolgens zei hij dat hij de bank wilde bellen om te kijken of de betaling voor de horloges rond was te krijgen. Hij denkt dat de horloges door de winkelmedewerkster zijn gescand en dat ze hem gevraagd heeft naar de boardingpass. Blijkens het proces-verbaal van de zitting van het hof van 10 juni 2015 alwaar verdachte niet is verschenen heeft de gemachtigde raadsman verklaard dat verdachte hetzelfde standpunt heeft als in eerste aanleg en dat hij ontkent zich te hebben schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De vordering tenuitvoerlegging is echter volgens de raadsman de reden om de het hoger beroep voort te zetten.
7. De Promisredenering in het vonnis van de rechtbank is veel uitgebreider dan de passage waarnaar het hof heeft verwezen en die hierboven onder 5 is weergegeven. Het vonnis houdt onder meer in dat de verkoop van twee horloges is afgebroken, dat verdachte is weggelopen en dat de verkooptransactie met de valse creditcard niet is geaccepteerd. Niet uitgesloten is dat deze redenering van de rechtbank voldoende is voor poging tot oplichting. Voor mij is niet duidelijk waarom het hof de Promisredenering van de rechtbank niet volledig heeft overgenomen of indien het hof die redenering te kort door de bocht vond deze niet alsnog heeft aangevuld. In het licht van het standpunt van verdachte ter zitting van de rechtbank en hetgeen de raadsman daarover ter zitting van het hof heeft opgemerkt wordt dat alleen maar meer duister. Immers uit de verklaring ter zitting is op zijn minst af te leiden dat verdachte in de winkel was en doende was horloges te kopen. Opmerkelijk is vervolgens nog dat het hof de redenering van de rechtbank niet overneemt, maar wel een noot bij een deel van de bewijsconstructie van de rechtbank dat niet door het hof wordt overgenomen. Het gaat mij te ver zonder meer aan te nemen dat er sprake is van een kennelijke misslag en dat het hof heeft bedoeld het vonnis van de rechtbank voor wat betreft de bewijsconstructie van de feiten 1 en 2 volledig te bevestigen.
8. Nu de bewijsconstructie niet meer inhoudt dan hierboven onder 5 is vermeld, kan de slotsom geen andere zijn dan dat in ieder geval het bewezenverklaarde feit 1 daaruit niet zonder meer valt af te leiden. Immers leid ik uit hetgeen ik onder 5 heb vermeld, niet af dat bij verdachte een voornemen bestond, noch dat sprake was van een begin van uitvoering als gevolg waarvan een poging niet blijkt uit de bewijsconstructie van het hof. Het middel slaagt in zoverre. Voor feit 2 is de bewijsconstructie niet ontoereikend of onbegrijpelijk. In de toelichting op het middel lees ik geen specifiek op feit 2 toegesneden klacht.
9. Het middel slaagt.
10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft het onder 1 bewezenverklaarde en de strafoplegging, en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het hof Amsterdam, opdat de zaak in hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG