AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt toewijzing schadevergoeding wegens onrechtmatige retentie lading en bankgarantie
In deze zaak stond centraal of het hof de strikte regel van procesrecht had miskend door tijdens het pleidooi in hoger beroep nieuwe stellingen van Amaggi mee te wegen bij de schadebegroting. Sanibel was reder van het schip Majestic dat landbouwproducten vervoerde. Amaggi werd eigenaar van de lading nadat de oorspronkelijke contractspartij failliet was gegaan. Sanibel oefende een retentierecht uit en eiste betaling van een factuur die Amaggi niet erkende, waarna Amaggi een bankgarantie stelde.
De rechtbank oordeelde dat Sanibel onrechtmatig had gehandeld door het retentierecht en het afdwingen van de bankgarantie, en stelde de schade abstract vast. Het hof vernietigde dit oordeel deels en wees een schadevergoeding toe van USD 154.000, gebaseerd op een nadere toelichting van Amaggi over de gemiste transactiemogelijkheden door het geblokkeerde bedrag.
Sanibel stelde in cassatie dat het hof onrechtmatig nieuwe feiten had betrokken en onvoldoende had gemotiveerd waarom de schade zo hoog werd begroot. De Hoge Raad oordeelde dat de nieuwe stellingen geen nieuwe feiten waren maar een nadere uitwerking van eerdere klachten, en dat het hof voldoende gemotiveerd had dat Amaggi door het geblokkeerde bedrag minder transacties kon verrichten en daardoor winst misliep. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het hofarrest en veroordeelt Sanibel tot betaling van minimaal USD 154.000 schadevergoeding aan Amaggi.
Voetnoten
1.Zie de rov. 3.1.1 t/m/ 3.1.10 (er zijn twee rov. als 3.1.2 genummerd) van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 oktober 2015.
2.Voor zover thans van belang. Zie voor het procesverloop in eerste aanleg rov. 1.1 en 1.2 van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 april 2014 en voor het procesverloop in hoger beroep rov. 1 van het in noot 1 genoemde arrest.
3.Opgenomen als prod. 2 bij de akte van Amaggi van 22 mei 2013.
4.Zie hierna onder 1.14.
5.Tijdens de op 12 december 2013 gehouden comparitie van partijen, zie het proces-verbaal van comparitie.
6.De cassatiedagvaarding is op 6 januari 2016 uitgebracht.
7.Zie o.m. de rov. 3.5-3.7 en 3.9.1-3.9.4.
8.Voor het stellen en handhaven van bedoelde bankgarantie was een contant bedrag gestort “dat als ‘rugdekking’ voor de bank diende, zie p. 3 van de memorie van grieven van Amaggi.
9.Inleidende dagvaarding onder 6 en 8.
10.In de s.t. van Amaggi wordt in het bijzonder verwezen naar passages in die toelichting op p. 1, 3 en 5.
11.Memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel appel, p. 11-13.
12.Pleitaantekeningen mr. Van der Stelt, p. 7-11; pleitaantekeningen van mr. Van Leeuwen, p. 3-5.
13.Zie p. 2 van het proces-verbaal van de zitting bij het hof van 8 mei 2015.
14.Cassatiedagvaarding onder B 2 en 3.
15.Zie o.a. HR 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, NJ 2009/21; HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI877, NJ 2010/154, rov. 2.4.3; HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR2012:BV1301, rov. 3.9; Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4 2012/84-88 en 107-116 met verdere verwijzingen. 16.Zie daarover T.F. E. Tjong Tjin Tai, De schadestaatprocedure, Deventer: Kluwer, 2012, nr. 401 e.v.
17.Zie de repliek van Sanibel.