Conclusie
middelbevat de klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte de pleger van de tenlastegelegde schennis van de eerbaarheid is geweest.
;
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens meermalen gepleegde schennis van de eerbaarheid in het zwembad van recreatiepark Heideheuvel te Beekbergen, waarbij minderjarige meisjes ongewild getuige waren. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf op en een schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging stelde in cassatie dat het bewijs onvoldoende was en dat de verdachte niet overeenkwam met het signalement van de schennispleger. De kern van het middel betrof de interpretatie van camerabeelden die volgens de verdediging uitsloten dat de verdachte de pleger was in de door het hof genoemde tijdsperiode.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof op basis van verklaringen van de meisjes en de camerabeelden aannemelijk had gemaakt dat de verdachte de pleger was. De verklaringen toonden twee contactmomenten tussen de verdachte en de meisjes, en de camerabeelden sloten andere mogelijke daders uit. Het middel faalde omdat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en het bewijs als sluitend had beoordeeld.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatiemiddel verworpen moest worden en dat geen gronden voor vernietiging aanwezig waren.
Uitkomst: Het cassatiemiddel wordt verworpen en de veroordeling voor schennis van de eerbaarheid wordt bevestigd.