Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Ze valt helemaal terug op haar moedertaal ‘Pools’ terwijl ze daarvoor wel beter Nederlands sprak”, de opsteller haar heeft kunnen spreken. Ter zitting heeft de verpleegkundige bovendien verklaard dat betrokkene de Nederlandse taal in enige mate beheerst.”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1, kort samengevat, dat voor zover de rechtbank van oordeel is dat in gevallen als het onderhavige – gekenmerkt als: een persoon van Poolse nationaliteit, 80 jaar oud, die weliswaar redelijk Nederlands pleegt te spreken en te begrijpen, maar tijdens het onderhoud met de psychiater terugviel op haar moedertaal (Pools) – de betrokkene niet behoeft te worden bijgestaan door een tolk in haar moedertaal, dat oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 5 Wet Pro Bopz. Het middelonderdeel betrekt hierbij art. 5, lid 1 onder e, lid 2 en lid 4, EVRM en art. 6 lid 1 EVRM Pro. De toelichting op deze klacht memoreert eerdere rechtspraak [3] van de Hoge Raad [4] .
onderdeel 2dat voor zover de rechtbank van oordeel is dat bijstand door een (beëdigde) tolk niet vereist is wanneer de geneesheer-directeur of de psychiater constateert dat de betrokkene de Nederlandse taal voldoende beheerst om haar te kunnen onderzoeken zonder bijstand van een tolk, dat oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting: de noodzaak van het inschakelen van een tolk staat niet ter vrije beoordeling van de geneesheer-directeur, noch van de psychiater die het onderzoek uitvoert. Naar vaste rechtspraak veronderstelt het onderzoek door een niet bij de behandeling betrokken psychiater dat een direct (persoonlijk) contact plaatsvindt met de patiënt en een observatie door de psychiater; daarvoor is nodig dat het psychiatrisch onderzoek plaatsvindt in een taal die de betrokkene verstaat.
Onderdeel 3herhaalt deze klacht, voor zover de rechtbank is afgegaan op de mededelingen van de verpleegkundige ter zitting omtrent de mate waarin betrokkene de Nederlandse taal beheerst.
onderdeel 4is onbegrijpelijk op welke grond de rechtbank het verweer heeft verworpen dat betrokkene de Nederlandse taal niet voldoende beheerst om te kunnen begrijpen wat de onderzoekende psychiater haar heeft gevraagd en voorgehouden: aan de verklaringen van de geneesheer-directeur en de verpleegkundige heeft de rechtbank geen bevestiging hiervan kunnen ontlenen.
Onderdeel 5voegt toe dat het oordeel onbegrijpelijk is in het licht van de vermelding in de geneeskundige verklaring dat betrokkene tijdens het onderzoek helemaal terugviel op haar moedertaal. Deze vijf klachten lenen zich m.i. voor een gezamenlijke behandeling.
tijdens het psychiatrisch onderzoekdat ingevolge de Wet Bopz vooraf gaat aan het indienen van het verzoekschrift door de officier van justitie. Deze rechtsvraag kan vanuit twee invalshoeken worden benaderd: enerzijds vanuit de vraag of de eisen die ingevolge art. 5 en Pro 6 EVRM worden gesteld aan de (met het verzoekschrift van de officier van justitie ingeleide) rechterlijke machtigingsprocedure doorwerken in de − daaraan voorafgaande − fase van het onderzoek door een niet bij de behandeling betrokken psychiater. Anderzijds kan de kwestie worden benaderd vanuit de materiële vraag of het psychiatrisch onderzoek aan de daaraan te stellen eisen voldoet, indien als gevolg van een taalprobleem onvoldoende communicatie heeft kunnen plaatsvinden tussen de onderzoekende psychiater en de onderzochte persoon. Het cassatiemiddel lijkt beide invalshoeken te verkennen.
the right to the free assistance of an interpreter for the translation or interpretation of all those documents or statements in the proceedings instituted against him which is necessary for him to understand or to have rendered into the court’s language in order to have the benefit of a fair trial”). Art. 6, lid 3 onder e, EVRM gaat niet zo ver dat een verdachte recht heeft op een schriftelijke vertaling van alle stukken in het dossier: de vertaling moet hem in staat stellen “
to have knowledge of the case against him and to defend himself, notably by being able to put behore the court his version of the events”. Uit het vervolg van deze overweging, en ook uit het arrest in de zaak Cuscani/Verenigd Koninkrijk [6] , kan worden afgeleid dat de justitiële autoriteiten niet kunnen volstaan met het aanwijzen van een tolk, maar tot op zekere hoogte ook een verantwoordelijkheid dragen voor diens vakbekwaamheid.
beëdigdetolken of vertalers. In de fase van de zitting is de nationale rechter doorgaans gehouden tot het gebruik van de nationale taal (of één van de nationale talen [10] ). In de fase van het onderzoek dat vooraf gaat aan de zitting kan zich de situatie voordoen dat de persoon die wordt gehoord (als verdachte, als aangever, als getuige enz.) weliswaar de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, maar door de talenkennis van de verhorende ambtenaar toch een taal kan worden gevonden die beide gesprekspartners voldoende beheersen om een zinvolle communicatie mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan in de EHRM-jurisprudentie is de zaak Diallo/Zweden [11] , waarin een Française bij binnenkomst in Zweden eerst werd verhoord door een douanier die Frans sprak. Het EHRM verklaarde de klacht over schending van art. 6 lid 3 EVRM Pro niet-ontvankelijk, maar voornamelijk op de grond dat over dit punt niet was geklaagd in de strafzaak bij de nationale rechters. Na te hebben gewezen op het arrest-Salduz (over de bijstand van een raadsman in de fase van het vooronderzoek), overwoog het EHRM in rov. 25 dat, in dezelfde lijn van redeneren, “
the assistance of an interpreter should be provided during the investigating stage unless it is demonstrated in the light of the particular circumstances of each case that there are compelling reasons to restrict this right”.
moedertaalvan de betrokkene. Indien een persoon meer talen spreekt, is voldoende dat de communicatie plaatsvindt in een taal die de betrokkene beheerst.
door de rechter gelastmedisch onderzoek plaatsvindt met bijstand van een tolk, indien een dergelijk onderzoek zonder die bijstand niet wel kan plaatsvinden. Van dit laatste zal doorgaans sprake zijn indien het onderzoek betrekking heeft op de psychische gezondheidstoestand van iemand die de Nederlandse taal onvoldoende machtig is [12] . In een andere zaak overweegt de CRvB dat de opvatting van de deskundige dat het psychiatrisch onderzoek zonder tussenkomst van een tolk mogelijk is geweest, niet doorslaggevend kan zijn voor de vraag of diens op dat onderzoek gebaseerde rapport toereikend is in het kader van de rechterlijke oordeelsvorming. Gelet op de beginselen van een goede procesorde dient de rechter erop toe te zien dat de betrokkene niet door een zodanig onderzoek onredelijk in zijn procesvoering is belemmerd. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de betrokkene niet in staat is geweest de vragen van de deskundige goed te begrijpen en van zijn kant gegevens voor het onderzoek aan te dragen [13] .
informed consent’-vereiste als de arts tot behandeling overgaat. Zo bepaalt art. 7:448 BW Pro dat de zorgverlener de patiënt op duidelijke wijze moet informeren omtrent het voorgenomen medisch onderzoek. Deze regel geldt ingevolge art. 7:464 BW Pro ook voor de psychiater die een patiënt onderzoekt met het oog op het opmaken van een geneeskundige verklaring. Dit brengt mee dat de arts aan de patiënt duidelijk zal moeten maken met welk doel hij hem of haar gaat onderzoeken [14] . Uit de memorie van toelichting bij de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst volgt dat indien de patiënt het Nederlands niet spreekt en verstaat, de hulpverlener de hulp kan inroepen van iemand die de taal van de patiënt machtig is. Daarbij kan desgewenst gebruik worden gemaakt van de gratis diensten van de door de rijksoverheid bekostigde tolkencentra voor minderheden [15] . In het verleden is van overheidswege een zogenaamde ‘tolkentelefoon’ bekostigd, waarvan artsen gebruik konden maken wanneer communicatie met de patiënt in de Nederlandse taal op problemen stuitte. Met ingang van 1 januari 2012 is de bekostiging hiervan stopgezet – behoudens ten aanzien van, kort gezegd, asielzoekers −, met het argument dat het tot de eigen verantwoordelijkheid behoort van de patiënt die zich in Nederland tot een arts wendt, om zo nodig iemand mee te nemen die als tolk kan optreden. Sedertdien wordt binnen de gezondheidszorg gezocht naar praktische oplossingen, al dan niet binnen het budget van de zorgverlener [16] . Volgens een notitie ‘Kwaliteitsnorm tolkgebruik bij anderstaligen in de zorg’ [17] worden binnen de gezondheidszorg thans wegingsfactoren gebruikt, aan de hand waarvan zorgverleners beslissen of zij de hulp inroepen van iemand die de taal van de patiënt machtig is of zo nodig van een professionele tolk.
sufficient linguistic assistance” in gevallen waarin de betrokkene de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Wat daarvan zij, bij nota van wijziging is het wetsvoorstel ingrijpend veranderd en is de Commissie verplichte ggz uit het wetsvoorstel geschrapt.
in een voor hem begrijpelijke taalmoet worden geïnformeerd door de arts. Dit laatste impliceert onder omstandigheden dat de arts een tolk zal moeten inschakelen.
nietin dat betrokkene als gevolg van een onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal niet of onvoldoende in staat zou zijn geweest om kennis te nemen van de gedingstukken (inclusief de geneeskundige verklaring) of van hetgeen ter zitting van de rechtbank is besproken. Evenmin houdt de klacht in dat betrokkene onvoldoende gelegenheid heeft gehad om ter zitting haar standpunt over het verzoek van de officier van justitie en hetgeen daaraan ten grondslag was gelegd aan de rechter kenbaar te maken. De klachten zien op de fase die vooraf gaat aan de indiening van het inleidend verzoekschrift door de officier van justitie: heeft de niet bij de behandeling betrokken psychiater als gevolg van een taalprobleem (onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal door betrokkene; onvoldoende beheersing van de Poolse taal door de psychiater) betrokkene wel behoorlijk kunnen onderzoeken?
persoonlijkte onderzoeken, hetgeen inhoudt dat hij de betrokkene in een direct contact spreekt en observeert [24] . De in onderdeel 1 als kenmerkend genoemde omstandigheden – te weten: een persoon van Poolse nationaliteit, 80 jaar oud, die redelijk Nederlands pleegt te spreken en te begrijpen, maar in het gesprek met de psychiater is teruggevallen op haar moedertaal (Pools) – noopten de rechtbank niet tot de gevolgtrekking dat de psychiater betrokkene niet in een direct contact heeft kunnen spreken en observeren. De leeftijd zegt weinig over de taalbeheersing. Blijkbaar hebben betrokkene en de psychiater op enig moment tijdens hun gesprek met elkaar kunnen communiceren in een voor hen beiden begrijpelijke taal en is betrokkene in de loop van het gesprek teruggevallen op het Pools. Blijkens de geneeskundige verklaring is de psychiater van oordeel dat, ondanks de genoemde omstandigheden, voldoende onderlinge communicatie heeft plaatsgevonden om tot het genoemde psychiatrisch oordeel te komen.
subjectieveinschatting van de psychiater is, omtrent de mogelijkheden van betrokkene om zich van de Nederlandse taal te bedienen. In plaats daarvan moet een
objectievemaatstaf worden aangelegd: de psychiater moet immers doen wat
redelijkerwijsvan hem kan worden verwacht om het vereiste onderzoek te doen plaatsvinden. In gevallen waarin de betrokkene de Nederlandse taal onvoldoende blijkt te beheersen en geen geschikte gemeenschappelijke taal kan worden gevonden, kan deze objectieve norm meebrengen dat de psychiater de hulp moet inroepen van een tolk. De rechter kan aan de hand van deze objectieve norm de bruikbaarheid van de geneeskundige verklaring toetsen.