ECLI:NL:PHR:2016:1512

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 augustus 2016
Publicatiedatum
22 maart 2017
Zaaknummer
16/03827
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138ab SrArt. 350a SrArt. 510 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing ander gerecht voor vervolging rechterlijk ambtenaar wegens computervredebreuk

De Hoofdofficier van Justitie van het arrondissementsparket Limburg heeft een verzoek ingediend bij de Hoge Raad om op grond van artikel 510, eerste lid, Sv een ander gerecht aan te wijzen voor de vervolging en berechting van een Officier van Justitie die verdacht wordt van computervredebreuk (art. 138ab Sr) en aantasting van computergegevens (art. 350a Sr).

Naar aanleiding van een aangifte op 4 april 2013 is een onderzoek gestart dat sinds 24 februari 2015 bij de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam ligt. Het onderzoek loopt nog en het verzoekschrift is ingediend nadat dit was nagelaten bij de Hoge Raad. De verdachte is een rechterlijk ambtenaar in de zin van art. 510 Sv Pro.

De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank Rotterdam het meest geschikt is voor vervolging en berechting, mede vanwege de lopende onderzoeksactiviteiten aldaar. Mocht de Hoge Raad anders oordelen, dan wordt de rechtbank Amsterdam als alternatief aangewezen, daar er geen belemmeringen zijn vanuit de beroepsgegevens van verdachte en haar echtgenoot.

De beschikking betreft een procedurele aanwijzing van het gerecht en bevat geen inhoudelijke beoordeling van de schuld of strafbaarheid van de verdachte.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de rechtbank Rotterdam aan voor de eventuele vervolging en berechting van de verdachte rechterlijk ambtenaar.

Conclusie

Nr. 16/03827
Mr. Lanqemeiier
Parket, 3 augustus 2016
Conclusie inzake:
[betrokkene]
1. Bij de Hoge Raad is binnengekomen een verzoekschrift van de Hoofdofficier van Justitie van het arrondissementsparket Limburg om op de voet van art. 510 Sv Pro een ander gerecht aan te wijzen voor de eventuele vervolging en berechting van [betrokkene], Officier van Justitie bij het arrondissementsparket Limburg, thans geschorst.
2. Tegen betrokkene is de verdenking gerezen dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan - kort gezegd - computervredebreuk (art. 138ab Sr) en vernieling of beschadiging in de zin van art. 350a Sr. Betrokkene is Officier van Justitie en dus rechterlijk ambtenaar in de zin van art. 510, eerste lid, Sv.
3. In de begeleidende brief van 26 juli 2016 van de Hoofdofficier van Justitie bij het verzoekschrift is uiteengezet dat, nadat op 4 april 2013 aangifte is gedaan, een onderzoek is gestart. Het onderzoek is sinds 24 februari 2015 belegd bij de rechter-commissaris van de rechtbank te Rotterdam. Tot op heden wordt onderzoek verricht, terwijl - zoals door de Hoofdofficier van Justitie aangegeven - is verzuimd een verzoekschrift ex art.510 Sv Pro bij de Hoge Raad in te dienen.
4. De aanwijzing van een ander gerecht dan de rechtbank Limburg en wel de rechtbank te Rotterdam, als gerecht voor de eventuele vervolging en berechting van [betrokkene], lijkt om de (zakelijke) redenen genoemd in de hiervoor genoemde begeleidende brief van de Hoofdofficier van Justitie (als ook in het verzoekschrift zelf) het meest voor de hand te liggen.
5. Ik concludeer dat de Hoge Raad de rechtbank te Rotterdam zal aanwijzen als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting der zaak zullen plaatshebben.
6. In het geval dat de Hoge Raad over het bovenstaande anders oordeelt, concludeer ik dat de Hoge Raad de rechtbank te Amsterdam zal aanwijzen als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting der zaak zullen plaatshebben, nu mij is gebleken dat de (historie van) beroepsgegevens van verdachte en haar echtgenoot, eveneens rechterlijk ambtenaar, geen belemmeringen opleveren voor aanwijzing van die rechtbank.
De piv. Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden