Conclusie
4.De bestreden beschikking
De beoordeling
Parket bij de Hoge Raad
Klaagster, voormalig echtgenote van de overleden beslagene, diende een klaagschrift in tot teruggave van inbeslaggenomen goederen. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en gelastte teruggave van goederen aan klaagster en aan een vereffenaar voor goederen die onder de overleden beslagene vielen.
Het Openbaar Ministerie stelde dat het belang van de strafvordering niet meer tegen teruggave verzette. De rechtbank ging ervan uit dat de goederen onder de boedel vielen en gaf teruggave aan de vereffenaar. Klaagster stelde dat zij als erfgenaam rechthebbende was, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De Hoge Raad oordeelt dat de wet geen mogelijkheid biedt om teruggave aan een ander dan de klaagster te gelasten. De rechtbank had het klaagschrift ongegrond moeten verklaren voor de goederen onder C. Omdat klaagster niet als rechthebbende wordt aangemerkt, heeft zij geen belang bij cassatie. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.