ECLI:NL:PHR:2016:172

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 maart 2016
Publicatiedatum
31 maart 2016
Zaaknummer
16/01088
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a lid 1 RvArt. 450 lid 1 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat

Bij beschikking van 25 februari 2015 heeft de rechtbank Amsterdam de moeder ontheven uit het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter. De moeder stelde hiertegen hoger beroep in. Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde bij beschikking van 17 november 2015 deze beslissing.

De moeder gaf bij faxbericht op 17 februari 2016 te kennen cassatie te willen instellen tegen de beschikking van het gerechtshof. Het verzoekschrift in cassatie voldeed echter niet aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet was ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. De moeder werd op 19 februari 2016 in de gelegenheid gesteld dit gebrek binnen veertien dagen te herstellen.

Omdat de moeder dit niet heeft gedaan, is zij niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. De Procureur-Generaal benadrukte dat een verzoekschrift in cassatie in burgerlijke zaken niet kan worden ingediend door een volmacht aan de griffier te geven, in tegenstelling tot wat de moeder leek te veronderstellen.

Uitkomst: Cassatieberoep van de moeder is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad.

Conclusie

16/01088
Mr. F.F. Langemeijer
18 maart 2016
Conclusie inzake:
[de moeder]
tegen
Raad voor de Kinderbescherming Amsterdam
Bij beschikking van 25 februari 2015 heeft de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming verzoekster tot cassatie (hierna: de moeder) ontheven uit het ouderlijk gezag over haar op [geboortedatum] 2007 geboren dochter.
De moeder heeft hoger beroep ingesteld. Bij beschikking van 17 november 2015 (ECLI:NL:GHAMS:2015:4796) heeft het gerechtshof Amsterdam de beroepen beschikking bekrachtigd.
Bij faxbericht, ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 17 februari 2016, heeft de moeder te kennen gegeven beroep in cassatie te willen instellen tegen deze beschikking [1] . Omdat niet is voldaan aan het vereiste in art. 426a Rv, dat het verzoekschrift in cassatie is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, is de moeder op 19 februari 2016 in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen binnen veertien dagen.
4. Nu een herstel van dit gebrek niet heeft plaatsgevonden, strekt de conclusie tot niet-ontvankelijkverklaring van de moeder in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a.-g.

Voetnoten

1.Anders dan in de correspondentie van de zijde van de moeder lijkt te worden verondersteld, kan een verzoekschrift in cassatie in burgerlijke zaken niet worden ingediend door een volmacht aan de griffier te geven tot het instellen van het rechtsmiddel (vgl. art. 450 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering).