ECLI:NL:PHR:2016:172
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat
Bij beschikking van 25 februari 2015 heeft de rechtbank Amsterdam de moeder ontheven uit het ouderlijk gezag over haar minderjarige dochter. De moeder stelde hiertegen hoger beroep in. Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde bij beschikking van 17 november 2015 deze beslissing.
De moeder gaf bij faxbericht op 17 februari 2016 te kennen cassatie te willen instellen tegen de beschikking van het gerechtshof. Het verzoekschrift in cassatie voldeed echter niet aan het vereiste van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet was ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. De moeder werd op 19 februari 2016 in de gelegenheid gesteld dit gebrek binnen veertien dagen te herstellen.
Omdat de moeder dit niet heeft gedaan, is zij niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep. De Procureur-Generaal benadrukte dat een verzoekschrift in cassatie in burgerlijke zaken niet kan worden ingediend door een volmacht aan de griffier te geven, in tegenstelling tot wat de moeder leek te veronderstellen.
Uitkomst: Cassatieberoep van de moeder is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad.