ECLI:NL:PHR:2016:183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-indienen cassatiemiddelen
Verdachte was door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens medeplegen van opzettelijke overtredingen van de Opiumwet, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend aan de raadsman van verdachte, ondanks dat verdachte zelf geen bekende woon- of verblijfplaats had.
Omdat verdachte niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman schriftelijke middelen van cassatie heeft ingediend, is niet voldaan aan het vereiste van art. 437, tweede lid, Sv. Hierdoor kan verdachte niet in cassatie worden ontvangen.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van cassatiemiddelen.