Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste onderdeelklaagt dat het hof in rov. 5.3 en 5.4 blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans van een onvoldoende of onbegrijpelijke motivering. Het onderdeel voert daartoe aan dat het hof de pleegmoeder blijkens zijn tussenbeschikking van 30 april 2015 ontvankelijk heeft geacht in haar hoger beroep, nu het hof in die beschikking een inhoudelijke beslissing heeft gegeven op het door de pleegmoeder in hoger beroep gedane schorsingsverzoek. Het stond het hof niet vrij om zonder daaraan een woord te wijden terug te komen van de bindende eindbeslissing dat de pleegmoeder ontvankelijk is in haar hoger beroep, zonder partijen in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te laten, aldus het onderdeel.