Conclusie
Westinvest Gesellschaft für Investmentsfonds MHB,
1.Inleiding
2.Bespreking van het middel
ondubbelzinnigduidelijk was dat Oracle de huurovereenkomst na het verstrijken van de eerste huurtermijn (die eindigde op 31 maart 2012) niet wilde verlengen (rov. 3.4). Het hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord:
ondubbelzinnigduidelijk was dat Oracle de overeenkomst niet wenste voort te zetten, anders zou zij kennelijk geen voorbehoud maken. Anders dan het onderdeel veronderstelt (vgl. s.t. Oracle nr. 12), is niet onbegrijpelijk de gedachte dat een dergelijk voorstel onder een dergelijk voorbehoud kan worden gedaan, ook indien Westinvest niet handelde in de veronderstelling dat Oracle de huur zou beëindigen. Daaromtrent kon immers nog onzekerheid bestaan, althans zou dat nog niet ondubbelzinnig duidelijk hoeven te zijn.
subonderdeel 2.1), schijn van volmacht (
subonderdeel 2.2) of een andere vorm van vertegenwoordiging zoals lastgeving (
subonderdeel 2.3).
subonderdeel 2.4niet afdoen. Hetgeen het hof overweegt in de laatste alinea van rov. 3.5.4 berust op een aan het hof voorbehouden, feitelijke lezing van de overgelegde verklaringen. Die lezing is niet onbegrijpelijk, anders dan het subonderdeel aanvoert; ook volgens het subonderdeel zou uit die verklaringen (slechts) volgen dat EPOC (niet ook: Westinvest) van een voornemen tot opzegging op de hoogte zou zijn.