ECLI:NL:PHR:2016:213
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in cassatie wegens niet-indienen middelen
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens het niet indienen van middelen tegen het vonnis van de politierechter. Verdachte was veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en diefstal door meerdere personen.
In cassatie is namens verdachte beroep ingesteld, maar er zijn geen schrifturen ingediend. De aanzegging van de cassatieprocedure is rechtsgeldig gedaan op het in de cassatie-akte vermelde adres in Nederland en in Bulgarije, waar verdachte sinds 2012 stond ingeschreven. Verdachte had geen bekende verblijfplaats in Nederland.
Omdat verdachte niet binnen de wettelijke termijn middelen heeft ingediend, is niet voldaan aan art. 437, tweede lid, Sv. De Hoge Raad verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.