Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Veronderstellerwijsaannemend dat de rechtbank van oordeel is dat betrokkene niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake, en dat zij zich tegen toediening van de door de behandelende artsen voorgeschreven medicatie verzet, zou een onvrijwillige voortzetting van haar verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis wellicht gerechtvaardigd kunnen worden indien daarmee wel – en buiten een psychiatrisch ziekenhuis niet − kan worden bereikt [12] dat bij de patiënt voldoende ziekte- en realiteitsbesef ontstaat of terugkeert om deze alsnog tot een redelijke waardering van zijn of haar belangen ter zake van de voorgestelde somatische behandeling in staat te stellen. Daarover vermeldt de bestreden beschikking niets en de geneeskundige verklaring nauwelijks iets.