ECLI:NL:PHR:2016:336
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
Het cassatieberoep betreft een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 21 november 2014. De betrokkene heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld en de aanzegging conform art. 435, eerste lid, Sv is geldig betekend. Echter, namens de betrokkene zijn geen middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad.
Volgens art. 437, tweede lid, Sv dient binnen twee maanden na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie te worden ingediend door een raadsman. Het niet tijdig indienen van deze schriftuur leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom tot niet-ontvankelijkheid van de betrokkene in zijn cassatieberoep. Tevens wordt vermeld dat er samenhang bestaat tussen meerdere zaken met verschillende rolnummers, waarin ook deze conclusie is gegeven.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.