ECLI:NL:PHR:2016:360
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken beslissing strafbaarheid en motivering opgelegde straf
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld wegens het niet naleven van artikel 70, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, met een geldboete van €130,- per overtreding, subsidiair twee dagen hechtenis.
Tegen dit arrest werden twee middelen van cassatie ingediend. Het eerste middel klaagde over een vermeende denaturering van een proces-verbaal door het hof, dat onjuiste geboortedatum en -plaats corrigeerde. De Hoge Raad oordeelde dat dit geen denaturering was, omdat het hof slechts een verschrijving corrigeerde en het feitelijke oordeel niet onbegrijpelijk was.
Het tweede middel klaagde terecht dat het hof in het arrest geen beslissing had genomen over de strafbaarheid van de verdachte en geen bijzondere redenen had gegeven voor de strafoplegging, hetgeen strijdig is met artikel 3 onder Pro h en j van de Regeling aantekening mondeling vonnis en de artikelen 358 en 359 Sv.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het geen beslissing bevat over strafbaarheid en strafoplegging en verwijst de zaak terug of beslist zelf zoals passend. Er zijn geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een beslissing over strafbaarheid en motivering van de opgelegde straf.