Conclusie
3.Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij:
eerste middelklaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat, zoals onder 1 is bewezenverklaard, de verdachte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht en gericht heeft gehouden op en getoond aan [slachtoffer 2].
tweedeen het
derde middelklagen dat een onderdeel van het onder 2 respectievelijk onder 3 bewezenverklaarde slechts kan worden afgeleid uit de verklaringen van de aangeefsters. De opvatting dat dit niet voldoende zou zijn vindt geen steun in het recht.
vierde middel klaagt dat het hof verzuimd heeft te motiveren waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, dat verdachte moet worden vrijgesproken van het gebruik van wapens omdat hij niets weet van het gebruik van wapens.
vijfde middelberust op de opvatting dat het hof ten onrechte, althans op ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat de verklaring van de verdachte dat hij zich niets meer herinnert van de hem tenlastegelegde zedenzaken, ongeloofwaardig is.
zesde middelberust op de opvatting dat de verdachte zich niets meer herinnert van de hem tenlastegelegde zedenzaken. Gelet op hetgeen ik heb uiteengezet bij de bespreking van het vijfde middel mist het middel feitelijke grondslag.
19.Het zevende middelstelt een eis die het recht niet kent en faalt dus.
achtste middelmiskent dat in het door het Hof in zoverre bevestigde vonnis uitgebreid, onder meer onder verwijzing naar een daartoe strekkend advies van de reclassering, uiteen wordt gezet waarom aan de verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf dient te worden opgelegd.
negende middelklaagt dat het hof de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij ontoereikend heeft gemotiveerd omdat ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd: