ECLI:NL:PHR:2016:385
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-indienen middelen cassatie
Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte bij arrest van 14 november 2014 veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeventien jaren wegens medeplegen van doodslag en daaraan gerelateerde strafbare feiten. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan de verdachte.
De verdachte stelde beroep in cassatie in, maar diende geen schriftuur met middelen van cassatie in binnen de wettelijke termijn. De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend aan de verdachte en zijn raadsman.
Omdat niet aan het vereiste van art. 437, tweede lid, Sv is voldaan, kan de verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.