ECLI:NL:PHR:2016:422
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen intrekking Nederlanderschap wegens formele rechtskracht
Verzoeker, geboren in India en sinds 1990 in Nederland gevestigd, kreeg in 1998 het Nederlanderschap verleend. Dit Nederlanderschap werd in 2009 ingetrokken wegens verzwijging van relevante feiten tijdens de naturalisatieprocedure. Verzoeker maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en werd in een daaropvolgend bestuursrechtelijk beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.
In 2015 verzocht verzoeker de rechtbank om het Nederlanderschap vast te stellen op grond van artikel 17 Rijkswet Pro Nederlanderschap. De rechtbank wees dit verzoek af vanwege de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit en het feit dat een voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de bestuursrechter openstond, welke verzoeker ook heeft gevolgd.
Het cassatieberoep van verzoeker richtte zich tegen deze afwijzing en stelde dat het beginsel van formele rechtskracht niet absoluut is, vooral omdat verzoeker door de intrekking staatloos is geworden. De Hoge Raad oordeelde echter dat er geen sprake was van schending van fundamentele rechtsbeginselen in de bestuursrechtelijke procedure en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit en de voldoende waarborgen in de bestuursrechtelijke procedure.