Conclusie
onderdeel 1dat [verzoekers] een op een computerscherm weergegeven kopie van een betalingsregeling hebben ingebracht en dat dit een valide gegevensdrager vormt die onder de huidige omstandigheden algemeen aanvaard wordt als bewijs. Dat brengt mee dat ten onrechte of onbegrijpelijkerwijs is geoordeeld dat sprake is van tekortkomingen in de zin van art. 354 lid 1 Fw Pro, die niet volgens lid 2 van dat artikel buiten beschouwing moeten blijven, op grond waarvan vervolgens geen schone lei is verleend.
paritas creditorum, doordat in rov. 3.5.5 bijkomend is overwogen dat de raadsman van de schuldenaren ter zitting niet kon aangeven of de bovenmatig gemaakte schulden in een eventuele verlengingsperiode konden worden afgelost.
betalingsregelingte zien, maar een
mutatieoverzichtvan een bankrekening (overigens zonder dat te zien is welke bankrekening en op wiens naam deze staat), waarin op de door het hof genoemde data enkele overboekingen naar CZ en de belastingdienst zichtbaar zijn. Bovendien heeft het hof niet de foto’s afgewezen omdat het geen valide gegevensdragers zouden zijn. Het hof vond de overboekingen een onvoldoende deugdelijke onderbouwing voor het bestaan van een betalingsregeling. Dat oordeel berust op een waardering van de gedingstukken die aan het hof als feitenrechter is voorbehouden, en is geenszins onbegrijpelijk.