Conclusie
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte niet heeft beslist op het ter terechtzitting in hoger beroep voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek.
tweede middelklaagt dat ontoereikend is gemotiveerd dat de verdachte het feit tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan.
(het hof leest: 2014)heb ik mijn woning aan [a-straat 1] te Lisse omstreeks 13:00 uur verlaten. Mijn woning betreft een woonwagen op het woonwagenkamp op [a-straat] . Omstreeks 13:15 a 13:20 uur werd ik door een van mijn buren gebeld. Ik begreep dat er mensen in mijn woning zijn geweest. Ik ben naar huis gereden. Ik zag dat er in mijn slaapkamer een raam open stond. De zijwand van mijn woonwagen is tot de onderkant van het raam ongeveer 1.80 meter. Men moet dus een stuk geklommen hebben om binnen te komen. Ik zag dat er een zwarte schoenendoos op mijn bed lag. Deze schoenendoos stond in de vaste kast. Ik had in de schoenendoos een geldbedrag gelegd. Het geldbedrag zat er niet meer in en is dus weggenomen vanuit mijn woning.