ECLI:NL:PHR:2016:481
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens medeplegen van diefstal waarbij toegang werd verkregen door inklimming. Tegen dit arrest is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op rechtsgeldige wijze aan de verdachte betekend, en zijn raadsman is tijdig geïnformeerd.
Echter zijn binnen de wettelijke termijn van twee maanden na aanzegging geen schriftelijke middelen van cassatie ingediend. Hierdoor kan de verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, omdat de procedurele termijn niet is nageleefd.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet tijdig indienen van middelen.