ECLI:NL:PHR:2016:481

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2016
Publicatiedatum
14 juni 2016
Zaaknummer
15/01205
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

De verdachte is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens medeplegen van diefstal waarbij toegang werd verkregen door inklimming. Tegen dit arrest is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op rechtsgeldige wijze aan de verdachte betekend, en zijn raadsman is tijdig geïnformeerd.

Echter zijn binnen de wettelijke termijn van twee maanden na aanzegging geen schriftelijke middelen van cassatie ingediend. Hierdoor kan de verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro.

De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren. Er is geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, omdat de procedurele termijn niet is nageleefd.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 15/01205
Zitting: 19 april 2016
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. De verdachte is bij arrest van 2 maart 2015 door het gerechtshof Den Haag wegens “Medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming” [1] , veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van het in beslag genomen geld.
2. Er bestaat samenhang met de zaak met nummer 15/01083. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Tegen genoemde uitspraak is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
4. De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 7 september 2015 op rechtsgeldige wijze doch niet in persoon aan de verdachte betekend. Mr. S.B.J. Hiemstra, advocaat te Haarlem, heeft zich in cassatie als raadsman van de verdachte gesteld en is tijdig, bij brief van 7 september 2015, van de aanzegging aan zijn cliënt in kennis gesteld. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 6 november 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Bedoeld zal zijn: Diefstal, begaan door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.