Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
machtiging tot voortgezet verblijf,als bedoeld in art. 16 Wet Pro Bopz, volgt uit deze overweging, beschouwd in samenhang met de systematiek van de machtigingen in de Wet Bopz, dat dezelfde regel geldt wanneer het gaat om een
voorlopige machtigingvoor een patiënt die al vrijwillig of, zoals hier, op grond van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, in het psychiatrisch ziekenhuis was opgenomen. De (waarnemend) geneesheer-directeur kan zijn bevoegdheid tot het ondertekenen van de geneeskundige verklaring niet aan een ander mandateren: hij moet deze zelf ondertekenen.