Conclusie
Onderdeel 1richt zich tegen rov. 3.5.2 over het niet nakomen van de sollicitatieverplichting en
onderdeel 2tegen rov. 3.5.3 over de boedelafdrachten. Deze klachten kunnen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.
Parket bij de Hoge Raad
Verzoekster was onderworpen aan een wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) die door de rechtbank tussentijds werd beëindigd zonder toekenning van een schone lei. Dit gebeurde omdat verzoekster niet voldeed aan meerdere verplichtingen: zij hield zich onvoldoende aan de sollicitatieplicht, schond de informatieplicht, liet nieuwe schulden ontstaan en droeg onvoldoende af aan de boedel.
In hoger beroep bevestigde het hof het oordeel van de rechtbank. Het hof stelde dat verzoekster geen verificerend bewijs had geleverd van haar sollicitatieactiviteiten en onvoldoende toezicht hield op de boedelafdrachten, ondanks dat zij onder budgetbeheer stond. De boedelachterstand was significant en verzoekster kon deze niet inlopen, waardoor verlenging van de regeling niet zinvol werd geacht.
De Hoge Raad concludeerde dat verzoekster toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling en dat er geen reden was om deze tekortkomingen buiten beschouwing te laten. Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard, waarmee het vonnis van het hof werd bekrachtigd.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van verzoekster is terecht beëindigd zonder toekenning van een schone lei wegens tekortkomingen in nakoming van verplichtingen.