Conclusie
eerste middelklaagt dat het oordeel van het hof dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel tot een bedrag van € 1.692.461,77 heeft verkregen uit het in de met deze ontnemingszaak samenhangende hoofdzaak bewezen verklaarde “witwassen en soortgelijke feiten” niet voldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd.
“De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel € 1.692.461,77
De verplichting tot betaling aan de Staat
reeds daardoorwederrechtelijk verkregen voordeel vormen. Dat standpunt is niet juist. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, is niet begrijpelijk dat de betrokkene daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot het bedrag van € 1.692.461,77 door middel van of uit de baten van het bewezenverklaarde “witwassen, meermalen gepleegd”. [1] Daarover klaagt het middel terecht.