Conclusie
oud) Sr en aangaande de dagvaarding met parketnummer 03/005431-00 naar aanleiding van primair “doodslag” (hierna: feit 4) ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: TBS met dwangverpleging). [1]
II Beschrijving van de zaak en de bewijsconstructie
Bewezenverklaring
III De grondslag voor herziening
IV De aanvraag
Rapport verslag bezoek en onderzoek zaak Helpoortvan dr.ir. S.P.G. Moonen en ir. R. Blok d.d. 25 november 2014 en (ii) het onderzoek van prof. dr. P.J. van Koppen zoals beschreven in het hoofdstuk “Het luik van de Helpoort: bedacht bewijs” in
Gerede Twijfel: Over bewijs in strafzaken, Amsterdam: De Kring (2013).
V Beoordeling van de aanvraag
ie.v. Sv gelden in gewone strafzaken waarin een deskundige is benoemd.
Art. 51
lSv schrijft voor dat de deskundige een met redenen omkleed verslag uitbrengt. Uit dit verslag moet naar voren komen dat het is gebaseerd op wat de wetenschap en kennis van de deskundige hem leren omtrent datgene wat aan zijn oordeel is onderworpen. De deskundige geeft daarbij zo mogelijk aan welke methode hij heeft toegepast, in welke mate deze methode en de resultaten daarvan betrouwbaar kunnen worden geacht en welke bekwaamheid hij heeft bij de toepassing van de methode. Hoewel de Wet deskundige in strafzaken geen verandering heeft gebracht in de vrijheid van de verdachte om de resultaten van op diens eigen initiatief uitgevoerd onderzoek in het geding te brengen, kan het voor de waarde die wordt toegekend aan een deskundigenrapport wel van belang zijn of de desbetreffende deskundige in het Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen is ingeschreven en of het door de deskundige verrichte onderzoek en het door hem opgestelde rapport voldoet aan voornoemde voorschriften. Daarnaast gaat het in herzieningszaken erom dat de aanvraag of het daarbij overgelegde deskundigenrapport de Hoge Raad in staat moet stellen te beoordelen of en zo ja in hoeverre sprake is van een deskundigeninzicht dat als nieuw en/of gewijzigd kan worden aangemerkt. Bij die beoordeling speelt ook een rol de vraag in hoeverre het deskundigeninzicht zich richt op de enkele herbeoordeling van omstandigheden waarvan de uiteindelijke weging aan de strafrechter is overgelaten.
geslagen(en dat het luik niet openging toen hij er tegenaan duwde) en dat de aanvrager niet uitsluit dat hij tegen het luik heeft getrapt. Evenmin van belang is hier de constatering van Moonen en Blok dat – op 9 september 2014 – het aan zowel de voor- als de achterzijde van de toren niet direct waar te nemen is hoe en waar het luik op een plaats zou kunnen vallen, waar zich personen kunnen bevinden. De rechtbank heeft immers vastgesteld dat de aanvrager op de pleegdatum op de hoogte moet zijn geweest van het feit dat direct rondom het gebouw van de Helpoort zich diverse personen bevonden, dat het terrein rondom de Helpoort vrij toegankelijk was en dat hij zich daar, alvorens de Helpoort te betreden, enige tijd heeft opgehouden.