Conclusie
(...) U vraagt wat voor werkzaamheden [verdachte] of [betrokkene 22] hebben gedaan om dit soort facturen te kunnen sturen. Ik weet dat niet.”
(...) Als ik het over [LL] heb dan doel ik op [verdachte] . Ik weet dat ik niet specifiek gevraagd heb om deze rapporten. (...) Ik heb het rapport alleen in het dossier gedaan, ik heb het niet gelezen en er niets mee gedaan. (...) ... ik zou niet weten om welke reden ik dat rapport zou hebben gevraagd. Ik heb ook niets met het rapport gedaan. Ik heb het niet eens bestudeerd. "
"Er staat mij nog steeds bij dat ik iets in mijn vingers heb gekregen. Wat ik al eerder heb gezegd ik ken [verdachte] en hij heeft mij ook iets overhandigd. "
eerste als in het tweede middelstaat het niet horen van de getuige [medeverdachte 6] centraal.
eerste middeldat inhoudt dat het hof het verzoek [medeverdachte 6] als getuige te horen “ten onrechte, althans onbegrijpelijk, in elk geval onvoldoende deugdelijk en/of onbegrijpelijk gemotiveerd heeft afgewezen” als het
tweede middeldat inhoudt dat het recht van verdachte op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM Pro is geschonden omdat de verklaring van [medeverdachte 6] voor het bewijs is gebruikt, terwijl het verzoek deze getuige te horen wegens gebrek aan relevantie is afgewezen, treft geen doel.
derde middelklaagt over het gebruik van de verklaring van [medeverdachte 1] voor het bewijs in het bijzonder nu het hof niet heeft gereageerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
derde middelfaalt. Voor zover er al sprake is een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt heeft het hof daarop in de bewijsoverweging niet ontoereikend of onbegrijpelijk gereageerd.
vierde en vijfdemiddel klagen over de motivering van de bewezenverklaring van het daderschap.
vierde middeltreft geen doel, omdat anders dan wordt betoogd, het hof de grondslag van de tenlastelegging niet heeft verlaten.
vijfde middeltreft geen doel.