ECLI:NL:PHR:2016:577

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2016
Publicatiedatum
5 juli 2016
Zaaknummer
15/02551
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen in Klimop-zaak

Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens meerdere feiten waaronder oplichting, het aannemen van giften in strijd met de goede trouw, en medeplegen van witwassen. Er is samenhang met meerdere andere zaken van medeverdachten.

Verdachte heeft op 6 maart 2015 beroep in cassatie ingesteld. Na betekening van de aanzegging op 29 augustus 2015 diende binnen twee maanden een schriftuur houdende middelen te worden ingediend bij de Hoge Raad.

Binnen deze termijn is echter geen schriftuur houdende middelen ingediend, waardoor de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk verklaart in het cassatieberoep. De conclusie is uitgebracht door de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 15/02551
Zitting: 29 maart 2016
Mr. P.C. Vegter
Conclusie inzake:
[verdachte]
Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 27 januari 2012 verdachte wegens 1. “oplichting”, 2. “het, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, aannemen van een gift of een belofte en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever”, 3. “medeplegen van witwassen”, 4. “het, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, aannemen van een gift of een belofte en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever”, 5. “medeplegen van witwassen”, 6. “medeplegen van witwassen” en 8. “het, anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, aannemen van een gift of een belofte en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Voorts heeft het hof een aantal beslissingen betreffende de voorlopige hechtenis van de verdachte genomen, een en ander als in het arrest omschreven.
Er bestaat samenhang tussen de onderhavige zaak en de zaken [medeverdachte 4] (15/01218), [medeverdachte 10] (15/01317), [medeverdachte 5] (15/01433), [medeverdachte 3] (15/01452), [medeverdachte 2] (15/01520), [medeverdachte 9] (15/01638), [medeverdachte 6] (15/03518), [medeverdachte 7] (15/03519) en [medeverdachte 1] (15/03520). In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
Namens verdachte heeft mr. E.J.M. Wild, advocaat te ’s-Hertogenbosch, op 6 maart 2015 beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv is op 29 augustus 2015 betekend. Art. 437, tweede lid, Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste, lid Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen wordt ingediend. Binnen de termijn als bedoeld in art. 437, tweede lid, Sv is geen schriftuur houdende middelen bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het ingestelde cassatieberoep.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG