Conclusie
conclusiestrekt tot nietigverklaring van de op 1 december 2015 uitgebrachte dagvaarding.
Parket bij de Hoge Raad
Eiser diende een klacht in bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg tegen een psychiater, welke klacht werd afgewezen. Het hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege werd eveneens verworpen. Eiser stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, maar stelde geen advocaat aan zoals vereist volgens art. 407 lid 3 Rv Pro. Hierdoor werd de dagvaarding nietig verklaard.
Volgens art. 75 Wet Pro BIG is cassatie tegen beslissingen van het Centraal Tuchtcollege alleen mogelijk in het belang der wet en kan dit alleen worden ingesteld door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Eiser heeft later alsnog een verzoek tot cassatie in het belang der wet ingediend bij de procureur-generaal, waarover afzonderlijk zal worden beslist.
De conclusie van de procureur-generaal is dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard wegens het ontbreken van een advocaat in de cassatieprocedure. Dit betekent dat het beroep van eiser niet ontvankelijk is en niet inhoudelijk door de Hoge Raad zal worden behandeld.
Uitkomst: Dagvaarding nietig verklaard wegens ontbreken van advocaat; cassatieberoep niet ontvankelijk.