ECLI:NL:PHR:2016:59

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2016
Publicatiedatum
19 februari 2016
Zaaknummer
15/05687
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 75 Wet BIGArt. 407 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klacht tegen beslissing Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Eiser diende een klacht in bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg tegen een psychiater, welke klacht werd afgewezen. Het hoger beroep bij het Centraal Tuchtcollege werd eveneens verworpen. Eiser stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, maar stelde geen advocaat aan zoals vereist volgens art. 407 lid 3 Rv Pro. Hierdoor werd de dagvaarding nietig verklaard.

Volgens art. 75 Wet Pro BIG is cassatie tegen beslissingen van het Centraal Tuchtcollege alleen mogelijk in het belang der wet en kan dit alleen worden ingesteld door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Eiser heeft later alsnog een verzoek tot cassatie in het belang der wet ingediend bij de procureur-generaal, waarover afzonderlijk zal worden beslist.

De conclusie van de procureur-generaal is dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard wegens het ontbreken van een advocaat in de cassatieprocedure. Dit betekent dat het beroep van eiser niet ontvankelijk is en niet inhoudelijk door de Hoge Raad zal worden behandeld.

Uitkomst: Dagvaarding nietig verklaard wegens ontbreken van advocaat; cassatieberoep niet ontvankelijk.

Conclusie

15/05687
Mr. F.F. Langemeijer
12 februari 2016
Conclusie inzake:
[eiser]
1. [eiser] (hierna: eiser) heeft bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam een klacht ingediend tegen psychiater [de psychiater]. Op 12 september 2014 heeft dat college de klacht afgewezen. Het door eiser daartegen ingestelde hoger beroep is bij beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 10 september 2015 (nr. C 2014.473) verworpen.
2. Eiser heeft bij exploot van 1 december 2015 psychiater [de psychiater] doen dagvaarden tegen de zitting van de Hoge Raad, kamer voor burgerlijke zaken, van 11 december 2015 en hem aangezegd beroep in cassatie in te stellen tegen genoemde beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
3. De eiser in cassatie in burgerlijke zaken is gehouden in het exploot van dagvaarding een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen die hem in het geding zal vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid (art. 407 lid 3 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering). Van de hem geboden gelegenheid tot herstel van dit gebrek heeft eiser geen gebruik gemaakt. Om deze reden behoort de dagvaarding nietig te worden verklaard.
4. Art. 75 Wet Pro op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) bepaalt dat tegen een beslissing van het Centraal Tuchtcollege geen andere voorziening openstaat dan cassatie in het belang der wet. Een voordracht tot cassatie in het belang der wet kan alleen worden gedaan door de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Bij brief van 23 december 2015 heeft eiser zich alsnog gewend tot de procureur-generaal bij de Hoge Raad met een verzoek om cassatie in het belang der wet te bevorderen. Hierop zal afzonderlijk worden beslist.
5. Mijn
conclusiestrekt tot nietigverklaring van de op 1 december 2015 uitgebrachte dagvaarding.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a – g