ECLI:NL:PHR:2016:591

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2016
Publicatiedatum
6 juli 2016
Zaaknummer
14/03152
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking inzake teruggave inbeslaggenomen auto aan eigenaar

De rechtbank Rotterdam verklaarde het klaagschrift van klaagster gegrond en gelastte teruggave van een auto die onder haar vader in beslag was genomen. Klaagster stelde eigenaar van de auto te zijn, gekocht in Duitsland en bestemd om zelf te rijden. De rechtbank vond dat klaagster op het eerste gezicht een beter recht op de auto had dan haar vader en achtte teruggave redelijk.

De officier van justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking. De Hoge Raad herhaalt de relevante criteria uit eerdere jurisprudentie, waaronder dat de rechtbank moet vaststellen of buiten redelijke twijfel vaststaat dat klaagster eigenaar is en of de uitzonderingen van art. 94a lid 3 of 4 Sv van toepassing zijn.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte een lagere maatstaf hanteerde door te volstaan met een 'eerste gezicht' beoordeling van beter recht. Hierdoor is de beschikking onvoldoende gemotiveerd en wordt deze vernietigd. De zaak wordt terugverwezen voor een juiste beoordeling volgens de juiste maatstaf.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor een juiste beoordeling van het eigendom en de toepasselijkheid van art. 94a Sv.

Conclusie

Nr. 14/03152 B
Zitting: 24 mei 2016
Mr. G. Knigge
Conclusie inzake:
[klaagster]
De rechtbank Rotterdam heeft bij beschikking van 10 september 2013 het klaagschrift van de klaagster betreffende een onder haar vader inbeslaggenomen auto gegrond verklaard.
Het beroep is ingesteld door officier van justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De raadsman van de klaagster, mr. J.S. Nan, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft het beroep tegengesproken.
Het middel
3.1. Het middel klaagt dat de rechtbank het klaagschrift van de klaagster met toepassing van een onjuiste maatstaf, althans ontoereikend gemotiveerd, gegrond heeft verklaard.
3.2. De bestreden beschikking houdt het volgende in:
“Procedure
De rechtbank heeft, naast het klaagschrift, gezien: een fotokopie van een proces-verbaal conservatoir beslag onder de verdachte met nummer PL 17R3-177/2009, documentcode 1010151245.IBN, onderzoek bavaro, in de strafzaak tegen de vader van klaagster genaamd [betrokkene] als verdachte, uit welk proces-verbaal onder meer blijkt dat op 12 oktober 2010 te Rotterdam door de politie Rotterdam-Rijnmond onder [betrokkene] voornoemd (onder meer) in beslag werd genomen:
1 Beatle, gekentekend [AA-00-BB].
(het inbeslaggenomene).
(…)
Inhoud van de klacht
Klaagster beklaagt zich over (het voortduren van) de inbeslagneming en (daarmee kennelijk tevens) over het uitblijven van een last tot teruggave van het inbeslaggenomene aan klaagster.
(…)
Beoordeling van de klacht
Klaagster legt aan haar klacht ten grondslag dat de onder haar vader in beslag genomen auto aan haar in eigendom toebehoort. Zo zij ter zitting heeft aangevoerd heeft zij bedoelde auto in Duitsland heeft gekocht voor 10.000,- euro met de bedoeling om in deze auto te gaan rijden. Haar vader onder wie de auto in beslag is genomen heeft de auto voorzien van groene kentekenplaten naar Nederland gereden. Klaagster had toen de leeftijd van 17 jaren. Inmiddels beschikt zij over een rijbewijs waarmee zij is gerechtigd een auto te besturen. Gelet op het onderzoek in openbare raadkamer is de rechtbank van oordeel dat klaagster als belanghebbende, onder wie het inbeslaggenomene niet in beslag is genomen, op het eerste gezicht een beter recht op het inbeslaggenomene kan doen gelden dan degene onder wie het inbeslaggenomene in beslag is genomen.
Teruggave van het inbeslaggenomene aan klaagster is daarom op het eerste gezicht redelijk en maatschappelijk niet onverantwoord. De rechtbank zal daarom de teruggave van het inbeslaggenomene aan klaagster gelasten.”
3.3. Het klaagschrift van de klaagster strekt gezien het voorgaande tot opheffing van een op de voet van art. 94a Sv gelegd beslag op een auto die onder haar vader, de verdachte, in beslag is genomen en tot teruggave daarvan aan haar, op de grond dat zij de eigenaar is van die auto.
3.4. De maatstaf voor de beoordeling van het klaagschrift van de klaagster is daarom: of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klaagster als eigenaar van de auto moet worden aangemerkt. Indien de klaagster door de rechtbank als eigenaar wordt aangemerkt, dan zal de rechtbank tevens moeten onderzoeken en ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of zich de situatie van art. 94a, lid 3 of 4, Sv voordoet. [1] De rechtbank heeft met haar oordeel dat klaagsters klaagschrift gegrond moet worden verklaard, op de grond dat zij “op het eerste gezicht een beter recht op het inbeslaggenomene kan doen gelden”, die aan te leggen maatstaf miskend.
3.5. Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, rov. 2.15.