ECLI:NL:PHR:2016:6
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens klacht over toepassing buitenlands recht in familierechtelijke zaak
De zaak betreft een familierechtelijk geschil tussen een man met de Egyptische nationaliteit en een Nederlandse vrouw, die in 2001 in Las Vegas zijn gehuwd. De man was eerder gehuwd in Egypte en had zijn eerste huwelijk ontbonden door middel van een verstoting volgens Egyptisch recht. De vrouw betwistte de geldigheid van het huwelijk in Las Vegas en stelde dat de verstoting niet erkend kon worden in Nederland.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw af en sprak de echtscheiding uit. Het hof Arnhem-Leeuwarden stelde vragen aan het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) over de erkenning van de verstoting onder het recht van Nevada en Egyptisch recht. Het hof oordeelde dat de verstoting niet rechtsgeldig was volgens Egyptisch recht en dat het huwelijk in Las Vegas daardoor absoluut nietig was.
De man stelde cassatieberoep in tegen de beschikkingen van het hof, waarbij hij klaagde over de uitleg van het Egyptische recht door het hof en het advies van het IJI. De vrouw diende geen verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat klachten over de toepassing van buitenlands recht niet in cassatie kunnen worden behandeld en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak bevestigt de beperking van de cassatierechter tot toetsing van Nederlands recht en sluit klachten over buitenlandse rechtsstelsels uit.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens klachten over toepassing van buitenlands recht.