Conclusie
conclusiestrekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de vader in zijn cassatieverzoek.
Parket bij de Hoge Raad
De Gemeente Rotterdam verleende gezinsbijstand aan een vrouw en haar minderjarige dochter en besloot tot verhaal van de gemaakte kosten op de vader. De rechtbank Rotterdam stelde bij beschikking een bijdrage van €137 per maand vast vanaf 1 maart 2012 zolang de bijstand voortduurt. Het gerechtshof Den Haag beperkte deze bijdrage tot 15 januari 2015. De vader stelde beroep in cassatie in, maar het verzoekschrift was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist volgens art. 426a Rv. De vader kreeg de gelegenheid dit te herstellen, maar maakte hier geen gebruik van. De Procureur-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieverzoek.
Uitkomst: Het cassatieverzoek van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste ondertekening door een advocaat bij de Hoge Raad.