ECLI:NL:PHR:2016:60

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2016
Publicatiedatum
19 februari 2016
Zaaknummer
16/00035
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a RvArt. 62h Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vader in cassatieverzoek inzake verhaal bijstandskosten gemeente

De Gemeente Rotterdam verleende gezinsbijstand aan een vrouw en haar minderjarige dochter en besloot tot verhaal van de gemaakte kosten op de vader. De rechtbank Rotterdam stelde bij beschikking een bijdrage van €137 per maand vast vanaf 1 maart 2012 zolang de bijstand voortduurt. Het gerechtshof Den Haag beperkte deze bijdrage tot 15 januari 2015. De vader stelde beroep in cassatie in, maar het verzoekschrift was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals vereist volgens art. 426a Rv. De vader kreeg de gelegenheid dit te herstellen, maar maakte hier geen gebruik van. De Procureur-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieverzoek.

Uitkomst: Het cassatieverzoek van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste ondertekening door een advocaat bij de Hoge Raad.

Conclusie

16/00035
Mr. F.F. Langemeijer
12 februari 2016
Conclusie inzake:
[de vader]
tegen
Gemeente Rotterdam
1. De Gemeente Rotterdam heeft gezinsbijstand verleend aan [de vrouw] (hierna: de vrouw), mede ten behoeve van haar minderjarige dochter. Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten tot verhaal op de vader, [de vader], van gemaakte en nog te maken kosten van bijstand ten behoeve van deze minderjarige. Bij beschikking van 9 januari 2015 heeft de rechtbank Rotterdam op verzoek van de Gemeente [1] het door de vader aan de Gemeente te betalen bedrag vastgesteld op € 137,- per maand met ingang van 1 maart 2012, zolang de bijstandverlening aan de vrouw voortduurt.
2. Op het hoger beroep van de vader heeft het gerechtshof Den Haag bij beschikking van 25 november 2015 de te verhalen bijdrage eveneens bepaald op € 137,- per maand met ingang van 1 maart 2012, doch (met vernietiging in zoverre van de beschikking in eerste aanleg) tot 15 januari 2015.
3. Bij verzoekschrift van 30 december 2015 heeft een gemachtigde namens de vader te kennen gegeven beroep in cassatie te willen instellen. Het verzoekschrift is in strijd met art. 426a Rv niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van de hem geboden gelegenheid tot herstel van dit gebrek heeft de vader geen gebruik gemaakt.
4. De
conclusiestrekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de vader in zijn cassatieverzoek.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden.
a. – g.

Voetnoten

1.Zie art. 62h Participatiewet (voorheen: Wet werk en bijstand). Tot 9 januari 2015 was door de rechter nog geen bijdrage aan de vader opgelegd (rov. 2.5 Rb).