ECLI:NL:PHR:2016:61
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest over zekerheidstelling proceskosten
Sypesteyn Holding B.V. stelde cassatieberoep in tegen een tussenarrest van het hof Amsterdam waarin zij werd verplicht een zekerheidstelling van €2.500 te geven voor de proceskosten in hoger beroep. Dit tussenarrest volgde op een incidentverzoek van de curator mr. Dekker in faillissementsprocedures van SCPD Holding B.V. en Crescendo Investment Group III B.V., waarin Sypesteyn, SCPD en Crescendo verzet hadden aangetekend tegen hun faillietverklaring.
De rechtbank Amsterdam wees het verzet af en verwierp het verzoek tot zekerheidstelling, waarna het hof in hoger beroep het incidentverzoek tot zekerheidstelling toewijst en Sypesteyn een bankgarantie laat stellen. Sypesteyn verzoekt tussentijds cassatieberoep tegen dit tussenarrest, maar het hof wijst dit verzoek af. Vervolgens stelt Sypesteyn formeel cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep tegen het tussenarrest niet-ontvankelijk is op grond van artikel 426 lid 4 Rv Pro in verbinding met artikel 401a Rv en eerdere jurisprudentie. Het cassatieberoep is daarmee niet ontvankelijk verklaard. De conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad luidt tot niet-ontvankelijkheid van Sypesteyn in haar cassatieverzoek.
Uitkomst: Sypesteyn Holding B.V. is niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep tegen het tussenarrest over zekerheidstelling proceskosten.