Conclusie
Zitting: 9 mei 2016
[verzoekster]wonende te [woonplaats](hierna: [verzoekster])
U stelt dat u vanwege ouderdomsklachten/dementie dingen vergat, maar in de medische informatie die u heeft toegestuurd, staat niet dat u last heeft van dementie, maar van iets anders: Parkinson.” Haar advocaat heeft vervolgens opgemerkt: “
Dat van de dementie klopt inderdaad niet, maar ze wordt als gevolg van de medicatie die in verband met Parkinson wordt voorgeschreven, onder andere vergeetachtig.” Ook overigens bevat het dossier geen aanwijzingen dat sprake is van dementieklachten bij [verzoekster].
Niet onbegrijpelijk is dat het hof komt tot het oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat zij als gevolg van de bijwerkingen van haar medicatie niet van de schuld op de hoogte was en dat zij daardoor heeft nagelaten tijdig contact op te nemen met Menzis en de bewindvoerder te informeren. [verzoekster] heeft immers niet of onvoldoende met (medische) stukken gestaafd hoe en in welke mate zij met genoemde bijwerkingen kampte. Daarbij komt dat zij meerdere keren door Menzis en GGN is aangeschreven over de openstaande bedragen en dat zij daarop geen actie heeft ondernomen, zoals het hof in rov. 4 overweegt. Dat blijkt ook uit de omstandigheid dat zij naderhand wel een betalingsregeling heeft getroffen, die echter pas ingaat nadat de schuldsaneringsregeling is beëindigd (proces-verbaal mondelinge behandeling hof, p. 2). Uit een en ander vloeit voort dat het hof tot het oordeel kon komen dat niet is gebleken dat [verzoekster] de nieuwe schuld aan Menzis niet kon worden verweten omdat zij geen wetenschap zou hebben van de schuld en dat aldus sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen.