Conclusie
Onderdeel 1richt zich tegen de vaststelling door het hof dat [verzoekers] toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de schuldsaneringsregeling. Aangevoerd wordt dat hen ten onrechte is tegengeworpen dat zij gedurende de verlenging niet in staat zijn gebleken om op de nieuw ontstane schulden in te lopen, nu bij aanvang van de verlenging reeds kenbaar was dat zij daartoe - vanwege het niet beschikken over enige aflossingscapaciteit - niet in staat zouden zijn en dat kans op (fulltime) werk klein zou zijn. Verder wordt aangevoerd dat er wel aflossingen hebben plaatsgevonden door de verrekening van de aan [verzoekers] toekomende toeslagen met de belastingschuld.
Onderdeel 2richt zich tegen de vaststelling van het hof dat [verzoekers] de sollicitatieplicht niet zijn nagekomen. Ten aanzien van [verzoeker 1] wordt aangevoerd dat niet is voorgeschreven dat sollicitatiepogingen ook buiten de branche waarin ervaring is opgedaan moet plaatsvinden en dat uit het arrest niet blijkt welke informatie [verzoeker 1] had moeten aanleveren. Ten aanzien van [verzoekster 2] wordt aangevoerd dat de bewindvoerder uit de omstandigheid dat zij een (gedeeltelijke) WW-uitkering ontvangt waarop geen korting plaatsvindt, heeft kunnen afleiden dat dat zij aan haar sollicitatieverplichtingen voldoet.
Onderdeel 3is gericht tegen het oordeel van het hof dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [verzoekers] en dat alle omstandigheden in aanmerking nemende geen sprake is van een tekortkoming die vanwege de bijzondere aard of geringe betekenis ervan buiten beschouwing kan blijven, terwijl er gelet op de eerdere verlengingen, geen aanleiding is om door een verlenging [verzoekers] nogmaals in de gelegenheid te stellen de regeling alsnog tot een goed einde te brengen. Volgens het onderdeel is dit oordeel onbegrijpelijk, waarbij wordt verwezen naar het doel van de schuldsaneringsregeling, namelijk het bieden van een uitweg aan een persoon die in een problematische financiële situatie terecht is gekomen.