ECLI:NL:PHR:2016:627
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens psychotische stoornis bij overtreding Wet Milieubeheer
De aanvrager is op 28 februari 2014 door de politierechter veroordeeld wegens overtreding van artikel 10.2 van de Wet Milieubeheer, gepleegd op 20 juni 2012, waarbij hij afval op het strand heeft gedumpt. Hij diende een herzieningsverzoek in op basis van een ernstige psychotische stoornis die hem ten tijde van het delict zou hebben getroffen.
Uit medisch dossier en verklaringen blijkt dat de aanvrager sinds mei 2012 symptomen vertoonde van een paranoïde psychose met hallucinaties, wanen en desorganisatie, waardoor hij geen controle had over zijn handelen. Hij was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en onder behandeling van GGZ-instellingen.
De officier van justitie verzocht een voorlopige machtiging op grond van de Wet Bopz, die werd verleend. Psychiatrische rapporten ondersteunen het vermoeden dat de aanvrager het delict niet kan worden toegerekend wegens zijn geestesstoornis. De Procureur-Generaal concludeert dat de Hoge Raad het herzieningsverzoek gegrond zal verklaren en de zaak zal verwijzen naar het gerechtshof voor behandeling volgens art. 471 Sv Pro.
De zaak betreft de vraag of de strafrechtelijke veroordeling kan worden herzien vanwege nieuwe feiten omtrent de geestelijke gesteldheid van de aanvrager ten tijde van het delict. De aanvrager heeft spijt betuigd en hoopt met de herziening zijn toekomst te kunnen redden.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart herzieningsverzoek gegrond en verwijst zaak naar gerechtshof voor nieuwe behandeling.