ECLI:NL:PHR:2016:649

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 april 2016
Publicatiedatum
18 juli 2016
Zaaknummer
15/00179
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 27 SrArt. 2 Opiumwet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens onvoldoende belang en gebrek aan cassatiemiddelen

De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en smaadschrift, met een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan vier voorwaardelijk.

Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld, waarbij tevens samenhang met een ontnemingszaak bestond. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen.

De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op grond van artikel 80a van het Wetboek van Strafvordering, omdat de partij onvoldoende belang heeft of de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De advocaat van de verdachte heeft een schriftuur ingediend met drie klachten, waarvan twee betrekking op de strafzaak en één op de ontnemingszaak. De Hoge Raad volgt de conclusie van de Procureur-Generaal en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiemiddelen.

Conclusie

Nr. 15/00179
Zitting: 12 april 2016
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 18 december 2014 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens 1. “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod” en 2. “smaadschrift” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen beslist op de wijze zoals in het arrest is weergegeven.
Er bestaat samenhang met de ontnemingszaak tegen de verdachte met nummer 15/00178 P. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de verdachte heeft mr. H.D. Postma, advocaat te Leeuwarden, een schriftuur ingediend. [1]
4. Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.In de samenhangende zaken is één schriftuur houdende drie klachten ingediend. De eerste twee klachten zijn toegesneden op de onderhavige strafzaak, terwijl de derde klacht betrekking heeft op de uitspraak van het hof in de ontnemingszaak.