ECLI:NL:PHR:2016:730
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bijkomende straf ontzetting beroep belastingadviseur wegens legaliteitsbeginsel
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en het onjuist doen van belastingaangiften, met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van belastingadviseur voor vijf jaar.
De Hoge Raad overweegt dat de bijkomende straf van ontzetting uit het beroep is gebaseerd op art. 235 lid 1 Sr Pro, dat sinds 1 april 2010 de mogelijkheid tot oplegging van deze straf introduceert. Omdat de bewezenverklaarde feiten uit 2001 dateren, is deze wetswijziging niet van toepassing vanwege het legaliteitsbeginsel (art. 1 Sr Pro).
Het eerste cassatiemiddel slaagt dan ook, en de Hoge Raad vernietigt de bijkomende straf. Het tweede middel klaagt over overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, maar dit leidt niet tot vernietiging van het vonnis. De rest van het vonnis blijft in stand.
Uitkomst: De bijkomende straf van ontzetting uit het beroep wordt vernietigd, overige veroordelingen blijven gehandhaafd.