ECLI:NL:PHR:2016:772

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2016
Publicatiedatum
29 juli 2016
Zaaknummer
15/01782
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 588 SvArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-indienen cassatiemiddelen in poging tot diefstal

De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf werd verkregen door braak. De opgelegde straf betrof een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 93 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Tegen dit arrest werd beroep in cassatie ingesteld, maar de verdachte heeft geen schriftuur met middelen van cassatie binnen de wettelijk gestelde termijn ingediend. De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig betekend op het GBA-adres van de verdachte en aan een mondeling gemachtigde op een postkantoor in de woonplaats van de verdachte.

De Procureur-Generaal concludeert dat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv niet is nageleefd, waardoor de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 15/01782
Zitting: 21 juni 2016
Mr. F.W. Bleichrodt
Conclusie inzake:
[verdachte]
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 25 maart 2015 de verdachte wegens “poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 93 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro.
Deze zaak hangt samen met de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (nr. 15/01621), waarin ik vandaag eveneens concludeer.
Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Er is geen schriftuur ingediend.
De aanzegging in cassatie is op 13 augustus 2015 tevergeefs aangeboden op het GBA-adres [1] van de verdachte en vervolgens op diezelfde datum uitgereikt aan een mondeling gemachtigde van de verdachte ([...]) op een “postkantoor” (Primera [...]) in de woonplaats van de verdachte. [2] Het in de cassatie-akte vermelde adres van de verdachte komt overeen met diens GBA-adres. Bovendien is op 19 augustus 2015 mededeling van de betekening van de aanzegging gedaan aan de raadsman van de verdachte (mr. M. Bijleveld, advocaat te Haarlem). Aldus is de aanzegging overeenkomstig art. 588, eerste lid, onder b, sub 1°, Sv, in verbinding met art. 588, derde lid, onder b, Sv, rechtsgeldig betekend.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet in acht genomen, zodat de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Sinds 6 januari 2014 is de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) vervangen door de basisregistratie personen (BRP).
2.Op de akte van uitreiking is bij kennelijke vergissing niet aangekruist of de persoon aan wie de aanzegging is uitgereikt mondeling dan wel schriftelijk was gemachtigd door de verdachte. Uit de omstandigheid dat het aan de aanzegging gehechte “bericht van aankomst” niet is ingevuld, kan worden afgeleid dat er sprake was van een mondelinge machtiging.