ECLI:NL:PHR:2016:772
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet-indienen cassatiemiddelen in poging tot diefstal
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf werd verkregen door braak. De opgelegde straf betrof een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 93 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Tegen dit arrest werd beroep in cassatie ingesteld, maar de verdachte heeft geen schriftuur met middelen van cassatie binnen de wettelijk gestelde termijn ingediend. De aanzegging van het cassatieberoep is rechtsgeldig betekend op het GBA-adres van de verdachte en aan een mondeling gemachtigde op een postkantoor in de woonplaats van de verdachte.
De Procureur-Generaal concludeert dat het voorschrift van artikel 437, tweede lid, Sv niet is nageleefd, waardoor de verdachte niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.