ECLI:NL:PHR:2016:800
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen rechtsmiddel mogelijk tegen geldboete wegens overtreding identificatieplicht
De verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld tot een geldboete van €30 wegens overtreding van artikel 447e Sr in verbinding met artikel 2 van Pro de Wet op de Identificatieplicht. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep op grond van artikel 404, tweede lid, onder b, Sv, omdat tegen een dergelijk vonnis geen rechtsmiddel openstaat.
De verdachte stelde middelen van cassatie voor, maar de Hoge Raad oordeelde dat ook tegen het vonnis in eerste aanleg geen cassatieberoep openstaat op grond van artikel 404, vierde lid, Sv. De stelling dat artikel 13 EVRM Pro aan de toepasselijkheid van deze bepalingen in de weg staat, werd verworpen.
Hierdoor kan de verdachte niet worden ontvangen in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep tegen de geldboete wegens overtreding van de identificatieplicht.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie tegen de geldboete wegens overtreding van de identificatieplicht.