ECLI:NL:PHR:2016:800

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 juni 2016
Publicatiedatum
16 augustus 2016
Zaaknummer
15/02471
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 404 SvArt. 447e SrArt. 2 Wet op de IdentificatieplichtArt. 13 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen rechtsmiddel mogelijk tegen geldboete wegens overtreding identificatieplicht

De verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld tot een geldboete van €30 wegens overtreding van artikel 447e Sr in verbinding met artikel 2 van Pro de Wet op de Identificatieplicht. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep op grond van artikel 404, tweede lid, onder b, Sv, omdat tegen een dergelijk vonnis geen rechtsmiddel openstaat.

De verdachte stelde middelen van cassatie voor, maar de Hoge Raad oordeelde dat ook tegen het vonnis in eerste aanleg geen cassatieberoep openstaat op grond van artikel 404, vierde lid, Sv. De stelling dat artikel 13 EVRM Pro aan de toepasselijkheid van deze bepalingen in de weg staat, werd verworpen.

Hierdoor kan de verdachte niet worden ontvangen in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep tegen de geldboete wegens overtreding van de identificatieplicht.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie tegen de geldboete wegens overtreding van de identificatieplicht.

Conclusie

Nr. 15/02471
Zitting: 28 juni 2016
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
De verdachte is bij arrest van 2 april 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, op grond van art. 404, tweede lid onder b, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Namens de verdachte heeft mr. M.J.F. Stelling, advocaat te Alphen aan den Rijn, middelen van cassatie voorgesteld.
De kantonrechter heeft de verdachte bij vonnis van 4 oktober 2012 wegens overtreding van art. 447e Sr in verbinding met art. 2 Wet Pro op de Identificatieplicht veroordeeld tot een geldboete van € 30,-. Gelet op art. 404, tweede lid aanhef en sub b, en art. 404, vierde lid, Sv staat voor een verdachte tegen een dergelijk vonnis geen rechtsmiddel open.
Dat brengt mee dat het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep en voorts dat voor de verdachte evenmin beroep in cassatie openstaat, zodat de verdachte derhalve in het beroep niet kan worden ontvangen.
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG