Conclusie
1.[eiser 1] , in persoon en als enig erfgenaam van [A] ,
[eiser 2],
1.Inleiding, feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
grieven VI en VII/vordering B.2. en B.3. (verrekening)
€ 7.979,85(advocaatkosten ontruiming [betrokkene 8] )
nr. 12van de inleiding bij de klachten en
nr. 67van het voortbouwende onderdeel 4 − maar dat beïnvloedt niet de beoordeling van de klachten.
subonderdeel 1.2merk ik op dat het hof uit de gedingstukken heeft kunnen afleiden dat [verweerder] in deze procedure heeft gesteld dat hij zich voorafgaand aan de verdeling heeft beroepen op verrekening in de zin van art. 6:127 BW Pro. Ik verwijs naar de zojuist gegeven weergave van het partijdebat. [verweerder] heeft dat met name in appel gesteld. Het middel leest daarin naar mijn mening ten onrechte dat [verweerder] eerst in appel, althans na het opmaken van de akte van verdeling, een beroep op verrekening heeft gedaan (onder meer
nrs. 29-31, 34).
nr. 37), naar mijn mening niet (laat staan dwingend) een betwisting van het bestaan van verrekeningsverklaringen besloten, maar (veeleer) een betwisting van het rechtsgevolg daarvan.
subonderdeel 2.2a(
nr. 52) merk ik nog op, dat in het onderhavige dossier naar mijn mening door [eisers] geen als essentieel te kwalificeren stellingen zijn aangevoerd, [10] waaruit zou volgen dat het hof zonder nadere motivering niet heeft kunnen oordelen dat in de akte van verdeling geen afstand is gedaan van verrekening of eerdere verrekeningsverklaringen.