Conclusie
1.De feiten
Raad van bestuurS&TZG: [betrokkene 2] (voorzitter) en [betrokkene 7] (wegens ziekte afwezig). Meavitagroep: [betrokkene 1] (voorzitter), [betrokkene 9] en [betrokkene 3] .
Toezichthoudend orgaanS&TZG: [verzoeker 3] (voorzitter), [verzoeker 4] , [betrokkene 8] en [verzoeker 2] . Meavitagroep: [verzoeker 1] (voorzitter), [verzoekster 7] , [betrokkene 4] , [verzoeker 5] , [betrokkene 5] , [verzoekster 6] en [verzoekster 8] .
raad van bestuur Meavita Nederland, Meavitagroep, Thuiszorg Groningen, Sensire en Vitras:[betrokkene 2] (voorzitter), [betrokkene 7] , [betrokkene 1] en [betrokkene 3] .
raad van commissarissen Meavita Nederland:[verzoeker 1] (voorzitter), [verzoekster 7] , [verzoeker 4] en [betrokkene 8] .
early warningrapportages bespreekt PwC de verschillende problemen bij elk van de werkmaatschappijen van het Maevita concern. Gewezen wordt onder meer op onvoldoende AO/IC, de onmogelijkheid om de productieafspraken te checken ten opzichte van de realisatie (bij Thuiszorg Groningen en Sensire), onvoldoende informatievoorziening en de zorgelijke liquiditeit van de Meavitagroep. In de interimrapportage van 5 december 2007 wijst PwC op de zwaar verlieslatende situatie en de zorgelijke liquiditeitspositie. PwC schrijft:
2.Het procesverloop
3.De bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1luidt - samengevat - als volgt.
een vonnis, op straffe van nietigheid, moet worden
gewezendoor het wettelijk voorgeschreven aantal rechters. De ondernemingskamer bestaat op grond van art. 66 lid 2 RO Pro uit drie rechters en twee deskundige leden. Volgens art. 230 lid 1 sub g Rv Pro moet een vonnis de naam of de namen vermelden van de rechter of de rechters die het vonnis hebben gewezen. Deze eisen zijn van overeenkomstige toepassing op beschikkingen (art. 287 lid 1 Rv Pro).
uitspreekt. De ondertekening hoeft dus niet noodzakelijk te geschieden door de rechter (de rechters) die het vonnis wijst (wijzen). Het gaat echter in deze zaak niet zozeer om de ondertekening van het vonnis. Het wijzen van een vonnis en de ondertekening daarvan zijn verschillende zaken. [9]
het wijzenvan het vonnis (of het geven van een beschikking [10] ), in functie moet zijn, en dus niet mag zijn gedefungeerd. De centrale vraag in de onderhavige zaak is: wanneer kan worden gesproken van
het wijzen van een vonnis?Is dat (1) nadat een beslissing is genomen over het te vellen oordeel en over de hoofdlijn van de motivering? Of is dat (2) pas nadat de rechter, of de rechters gezamenlijk, de tekst van het vonnis hebben vastgesteld?
nietde opvatting van de ondernemingskamer te zijn. Redelijkerwijs kan namelijk worden uitgesloten dat al op 6 juni 2014 de tekst van de 191 pagina’s tellende beschikking definitief was vastgesteld. Het lijkt hooguit mogelijk dat toen – één dag na de pleidooien – de inhoud van de te nemen beslissingen en de hoofdlijnen van de motivering daarvan in het raadkameroverleg zijn besproken. De ondernemingskamer lijkt er hoe dan ook vanuit te zijn gegaan dat een vonnis al kan zijn gewezen (in dit geval: een beschikking al kan zijn gegeven) voordat alle rechters (in dit geval: raadsheren en deskundige leden) zich hebben verenigd met de uiteindelijke tekst van de uitspraak.
het tweede door den President en de Rechters in raadkamer.” [11] (curs. A-G)
dat wil zeggen de uiteindelijke vaststelling daarvan, is afgetreden;” (curs. A-G) [12]
Daar een vonnis wordt gewezen, wanneer het wordt vastgesteld zoals het wordt uitgesproken, is het vonnis, waarvan beroep, niet gewezen voordat Mr. Wedeven als raadsheer in dit Hof is geïnstalleerd en daarmede als rechter is gedefungeerd.” (curs. A-G)
gewezenvonnis is pas sprake wanneer alle rechters zich hebben verenigd met de uiteindelijke tekst ervan. [16]
dat wil zeggen: de later daadwerkelijk uitgesproken versiein raadkamer is vastgesteld (Hof Amsterdam 20 oktober 1976, NJ 1977/445.” (curs. A-G) [18]
vastgesteld”. [19] Deze laatste datum is gelegen vóór het defungeren van de betreffende raadsheer. “Vaststellen” duidt hier mijns inziens op het vaststellen van de definitieve tekst van het arrest.