ECLI:NL:PHR:2016:905
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in zaak vervaardigen en bezit kinderporno
De verdachte werd door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens vervaardigen en bezit van kinderporno en zedendelicten met minderjarigen. In cassatie werden vier middelen voorgesteld, waaronder betwisting van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, het bewijs en de motivering van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de beperking van het cassatieberoep in de akte ontoelaatbaar was en dat het beroep onbeperkt moest worden geacht. Het hof had terecht geoordeeld dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was, ondanks beweringen van misleiding en onrechtmatig verkregen bewijs. Het hof verwierp het bewijsuitsluitingsverweer en bevestigde dat het leeftijdscriterium van artikel 240b Sr ook geldt als vaststaat dat de afgebeelde persoon jonger is dan achttien jaar, zonder dat die persoon jonger moet lijken.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden en dat dit moest leiden tot strafvermindering. De overige middelen faalden en het cassatieberoep werd verder verworpen. De strafoplegging werd vernietigd en verminderd naar de gebruikelijke maatstaf.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn en de straf wordt verminderd, het cassatieberoep wordt verder verworpen.