ECLI:NL:PHR:2016:910
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens te late indiening cassatieschrift bij poging tot doodslag
De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf wegens poging tot doodslag. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld door de raadsman van de verdachte. Volgens art. 437, tweede lid, Sv moet het cassatieschrift binnen twee maanden na betekening van de aanzegging worden ingediend.
De aanzegging werd op 26 november 2015 betekend, waardoor de termijn voor het indienen van het cassatieschrift op 25 januari 2016 afliep. Het cassatieschrift werd echter pas op 27 januari 2016 bij de Hoge Raad ontvangen. Hoewel het cassatieschrift op 26 januari 2016 bij het Paleis van Justitie in Den Haag binnenkwam, is dit niet voldoende om de termijn te respecteren.
De Hoge Raad oordeelt dat het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv niet is nageleefd en verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. De gang van zaken omtrent de verzending en ontvangst bij het Paleis van Justitie doet hier niet aan af. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van termijnen in cassatieprocedures.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens te late indiening van het cassatieschrift.