Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, het ten aanzien van feit 2 gevoerde verweer inhoudende dat de verklaringen van de niet door de verdediging bevraagde en overleden getuige [betrokkene 2] niet voor het bewijs mogen worden gebezigd heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen en dat met name ’s Hofs oordeel dat voldoende steunbewijs aanwezig is, onbegrijpelijk is. Als ik de toelichting op het middel goed begrijp, wordt daarbij enkel de overweging van het Hof betwist dat de verklaring van [betrokkene 4] en de vondst van een grote hoeveelheid hasjiesj tijdens een doorzoeking in de woning van [betrokkene 1] als ondersteunend bewijs kunnen dienen voor de verklaringen van [betrokkene 2] .
“Vidgen-verweer
tweede middelkeert zich met betrekking tot de feiten 2 en 3 tegen de bewezenverklaring van verzoekers rol als medepleger.